In 'Op Het Vinkentouw' nr.109, 2007 staat een uitstekende tabel voor de sexe- en leeftijdsbepaling van de Kievit.

Op het bekende medium RingersNet kwam in februari 2004 een kleine discussie 'voorbij' over leeftijdskenmerken voor de Kievit. In chronologische volgorde wordt deze hieronder weergegeven.

Hallo,
Door de jaren heen altijd een zwak gehad voor kievitenvangst en dat loont ook voor de moeite: 140 terugmeldingen met als oudste vogel meer dan 11 jaar en als verste terugmelding 6500 km. We hebben het vermoeden dat er een mogelijkheid is om leeftijdskenmerken vast te stellen voor vogels van >2,>3. Door de kleurverschillen in de armpennen, die wijzen op 2 generaties veren, kunnen oude (>1,>2) gemakkelijk uit jonge vogels (1,2) gehaald worden (jonge vogels geen kleurverschil). Gebruik van de vleugelformule is hierbij ook een hulp. Maar de laatste tijd het geluk gehad eigen hervangsten te verrichten uit 1996, 1998, 2000, 2001 en daarbij zien we geen kleurverschillen meer in de armpennen. Kan het zijn dat oude vogels (>2,>3) ieder jaar volledig hun armpennen ruien terwijl ze dat tijdens de eerste rui (2) maar gedeeltelijk doen ? Zijn er ringers die hier ervaring mee hebben. In de literatuur vinden we geen kenmerken die verder gaan dan >1,>2.
Werkgroep Crex
Packet D.

--------------------------------------------------

Beste Daniel,
1e kj - 1e helft 2e kj: alle armpennen even oud, zwart in herfst, dofzwart of bruinigzwart in voorjaar.
najaar 2e kj - 1e helft 3e k: binnenste 4-6 en buitenste 2-4 armpennen nieuw, glanzend zwart, een groepje in het midden (meest 3-6 veren) nog juveniel, bruinzwart.
najaar 3e kj - 1e helft 4e kj: nu juist de middelste en enkele buitenste en binnenste nieuw, enkel veren (bijv s3 en s8) wat ouder, maar deze vogels zijn niet met zekerheid te onderscheiden van oudere vogels die onregelmatig om-en-om 1 of 2 nieuwe en 1 of 2 oude veren hebben; kleurverschillen zijn er nl vrijwel niet meer tussen deze veren; als alles even nieuw is (glimmend zwart) dan hebben we òf een vogel van 3e kj of ouder die toch alles geruid heeft òf een vogel die zo'n goede kwaliteit verenpak heeft dat slijtage en verkleuring er geen invloed meer op hebben: wel leeftijdsverschillen maar niet meer te zien. Soms moet je een vleugel onder allerlei hoeken bekijken voordat blijkt dat er toch enkel verspreide veren wat ouder zijn dan andere.
Kees Roselaar
Zool. Museum Univ. Amsterdam, afd vogels
Mauritskade 61, Amsterdam

--------------------------------------------------

Beste Kees,
Uit uw uiteenzetting tracht ik het volgende te halen: als je duidelijke kleurverschillen ziet in de armpennen dan heb je te maken >met einde 2e -begin 3e kalenderjaar maar als die kleurschakering bij oude >vogels (handpenprojectie) niet of nauwelijks te zien zijn moet het dan gaan >om >2, >3 jaars vogels ? Of mag dat zo duidelijk niet gesteld worden ? Bij de eigen hervangst van oude vogels zien wij daar op het eerste zicht geen kleurverschillen meer in armpennen.
Mvg.
Werkgroep 25 Crex
Packet D.

--------------------------------------------------

Beste Daniel,
Kieviten (en Goudplevieren trouwens ook) ruien op de leeftijd van 1 jaar alleen de binnenste en buitenste armpennen; er blijven in het midden 3-6 juveniele veren staan, die bruin en zwaar gesleten zijn. Eind 2e/begin 3e kj is dus goed op leeftijd te brengen. Als ze ouder worden wordt de rui onregelmatiger, maar er blijven verschillende leeftijden binnen de armpennen aanwezig. Dat is echter zeer lastig te zien (bij Goudplevier makkelijker dan Kievit). De juveniele veren zijn inferieur van kwaliteit en worden snel bruin, de veren van de meer ervaren oudere vogels blijven zwart; bij zeer goede belichting zie je echter toch dat sommige veren wat meer bruinzwart zijn en iets meer gesleten toppen hebben dan andere. Een studente heeft het materiaal in onze collectie ooit uitgezocht op armpenrui en klassen daarin en daar een rapport over gemaakt (ca 20 jaar terug, dus zolang is het al bekend), maar helaas kan ik nergens meer een copy van het rapport vinden, hoewel ook Nederlandse kievit- en goudplevierenringers natuurlijk graag de details zouden willen zien. In geval van nood kan er altijd nog in onze collectie gekeken worden, waarin wij o.a. een flinke hoeveelheid gespreide vleugels bewaren (aan huiden met opgevouwen vleugels is het zeer moeilijk te zien, zeker bij adulten). De vleugelformule verschilt trouwens ook nog wat tussen 2e/3e k.j. beesten en oudere, en op sexe en leeftijd brengen met behulp van kleur/patroon/vleugelformule van de vleugeltop is niet zo eenvoudig als in sommige boekjes beweerd wordt (veel individuele variatie).
Met hartelijke groeten
Kees Roselaar

--------------------------------------------------

Beste Erik, Ik heb even gewacht met reageren om te zien of er ook anderen zijn die zich aan dit onderwerp durven wagen. Nu dat niet het geval is, is mijn voorzichtige conclusie dat dit kennelijk een moeilijk onderwerp is. De vleugelformule om oude mannen en jonge vrouwen van de rest af te scheiden lijkt mij betrouwbaar. HP 10 (langste) = 4/5 voor oude mannen (na eerste HP-rui) en HP 10 = 8/9 (vóór eerste HP-rui) voor jonge vrouwen. Ik heb dat ook nog even nagekeken in Handkenmerken van Perdeck en Speek uit 1795 (grapje). Na het nodige rekenwerk en een interpretatie van welke HP dan wel nummer 2 mag zijn, komen zij ook ongeveer op dit onderscheid. Het probleem zijn de jonge mannen en de oude vrouwen. De vleugelformule is dezelfde. Dan kom je inderdaad bij een aantal onderscheidende kenmerken die ook door Prater c.s. zelf als deels onbetrouwbaar worden aangemerkt. Want ja, wat is het verschil bij de kleine dekveren tussen groenachtig blauw en blauwachtig groen en bovendien Prater c.s. dit kenmerk moeilijk bruikbaar vinden. Bij jonge mannen zou er weinig wit in de buitenste staartpennen zitten, maar ook dit kenmerk achten Prater c.s. moeilijk bruikbaar. De vorm en de tekening van de 10e HP lijkt me goed bruikbaar maar is volgens het Handbuch ook niet volledig betrouwbaar. Het gaat dan in de praktijk om een combinatie van kenmerken en een algehele indruk van de vogel. Een kenmerk dat Prater c.s., maar ook Handbook en Handbuch, niet noemen is de onderbroken rui in de armpennen. Jukema heeft dit bij de Goudplevier ontdekt (kenmerk is ook niet genoemd in Prater c.s.). Vogels met twee generaties handpennen (de oudste generatie wat bruiner dan de nieuwe generatie) zijn in elk geval oude vogels. Wat ik niet weet is of de vogels met één generatie armpennen altijd jonge vogels zijn. vr.gr. Klaas Koopman.
Hallo, Is er iemand die mij kan vertellen hoe (on)betrouwbaar de leeftijdskenmerken en geslachtsbepaling voor Kievit genoemd in Prater et al. zijn? Bij voorbaat dank en groet, Erik Maassen