N.B. Dit is een zo letterlijk mogelijke vertaling van de determinatietabel in Baker 1993. Onder de Nederlandse ringers staat dit boek bekend als "er mankeert nogal wat aan, maar er is niks beters".

 

 

ALGEMEEN
 Veren 10 handpennen (primaries, p8 is de langste); 10-20 armpennen (secondaries); 12 staartveren.
 Sex Geslachten niet te onderscheiden mbv verenkleed; mannetjes gemiddeld groter.
 Rui Strategy: simultaneous. Sequence: simultaneous. Rui 2x per jaar: complete rui in de zomer (start midden-eind zomer, klaar eind-zomer / begin herfst) en gedeeltelijk in winter (start einde-winter, klaar in de lente).

  

 

 

SEX
 man vleugel ≥ 123 mmm;    snavel ≥ 42 mm;    tarsus ≥ 43 mm.
 vrouw vleugel ≤ 119 mmm;    snavel ≤ 39 mm;    tarsus ≤ 39 mm.

 

 

HERFST - WINTER
 1e kj  
<1 jan
Vóór de post-juveniele rui makkelijk te onderscheiden van >1e kj vogels dmv. witte/vaal gele/bleek gele borst en de in bovendelen zijn een aantal bruin gevlekte veren aanwezig. Misschien zijn er nog een paar sub-adulte lei-grijze veren aanwezig in deze delen, speciaal op de nek. Zwarte-witte strepen op de flank ontbreken. De iris is licht bruin.
 2e kj  
>1 jan
Na de post-juveniele rui is het uiterlijk vrijwel gelijk aan de >2e kj vogels, maar ze kunnen nog worden onderscheiden dmv door een duidelijk aanwezige vaal-bleek gele (of off-white) streep welke loopt van de basis van de bovensnavel naar de bovenkant van het oog. Kin en keel wit, licht beige of licht grijs; soms wit met zwarte uiteinden. De borst lei-grijs, met olijf-bruine randjes, of vaal-bleek geel, en wordt witter naar de buik toe. De iris is licht-bruin, ree-bruin, ook helder oranje-bruin. De tarsus is bruin of grijs.
 >1ekj  
<1 jan,  
 >2e kj  
>1 jan
Borst en onderdelen lei-grijs, soms met donker bruine randjes. De iris is duidelijk donker-oranje of rood. De tarsus is vleeskleurig of geel-bruin, vaak met een oranje-rode of groene tint. De kin is lei-grijs, soms wit, overgaand in een egaal lei-grijze keel.

 

 

LENTE
 2e kj Enkele vogels hebben nog steeds een vaal-bleek gele, licht bruine of olijf-bruine streep van de snavel naar het oog, maar enkelen zijn niet te onderscheiden van >2kj vogels, zeker later in de lente.
 >2e kj Identiek aan >2kj vogels in de herfst en de winter.

 

 

RUI
 1e kj Lichaamsrui begint vrijwel meteen na het uitvliegen. Meestal klaar in eind juli tot begin oktober (december).
 >1e kj De volledige (post-nuptial) rui begint in juni of juli en is klaar in augustus of begin september (november). Vleugels en staart ruien tegelijkertijd, waardoor de vogel een korte tijd (juli of augustus) niet kan vliegen.

 

Geografische variatie

  De vier ondersoorten onderscheiden zich slechts door kleine kleur- en grootte verschillen. R.a. indicus (oost Azië) verschilt het meest van de nominaat (R.a.a. Europa, noord Afrika en west Azië): meer contrastrerend koppatroon met wittere kin, hand- en armpendekveren duidelijker en intenser gestreept. R.a. hibernans (IJsland) is warmer bruin bovenop and bleker minder lei-grijs. R.A. korejewi (zuidwest en centraal Azië) is bleker dan de nominaat en met minder zwarte strepen.

 

Biometrie   volgroeid, R.a.a., bron BWP.
 vleugel man   gem. 125, stdev. 2.84, n. 126, min-max. 119-132. vrouw   gem. 116, stdev. 2.45, n. 124, min-max. 110-121.
 snavel man   gem. 41.4, stdev. 1.73, n. 55, min-max. 39-45. vrouw   gem. 37.0, stdev. 1.28, n. 58, min-max. 34-40.
 tarsus man   gem. 42.6, stdev. 1.47, n. 63, min-max. 39-46. vrouw   gem. 38.5, stdev. 1.40, n. 58, min-max. 36-41.

 

Bronnen:

  • Baker K. 1980. A guide to ageing & sexing non-passerines (part 2). Ringer's Bulletin 5: 82-86.
  • Baker K. 1993. Identification guide to European non-passerines. UK, Thetford. ISBN 0-903793-18-0.
  • Becker P. 1995. Identification of Water Rail and Porzana crakes in Europe. Dutch Birding 17(5): 181-211.
  • Fleg J.J.M. & Glue D.E. 1973. A Water Rail study. Bird Study 20: 69-79.
  • Kroon de G.H.J. 1979. Method and provisional results of trapping Water Rail in the Netherlands. Ringing & Migration 2: 132-136.