Op het bekende medium RingersNet kwam in november 2004 een kleine discussie 'voorbij' over leeftijdskenmerken voor de Sneeuwgors. In chronologische volgorde wordt deze hieronder weergegeven.

From: kees roselaar [mailto:roselaar@xs4all.nl]
Sent: Wednesday, December 01, 2004 5:35 PM
To: ringersnet@yahoogroups.com
Subject: Re: ReRe: [ringersnet] kustzangers
Jan e.a. ringers! Het verschil tussen IJslandes en overige Sneeuwgorzen is tamelijk makkelijk. Ik heb er vandaag toevallig net een stuk of 60 uitgesorteerd (dooie op tafel, wat wel wat makkelijker vergelijken is), maar kwam alleen aan de vrouwtjes toe; morgen de 60 mannetjes: Vrouwen: ondervleugel punt grijs, met een vage scherpe hoek afgescheiden op de buitenste pen (man: punt ondervleugel zwart met een rechte hoek afgesneden op de buitenste pen; ik kwam overigens 1 (op 60) mannen tegen die een vrouw-ondervleugel had) IJslandse (insulae) vrouwen: Bovenzijde warm donkerbruin, kapje zwart tot zwartbruin zonder wit tussen de veren, de zwarte schachtstrepen van de rug lopen door op de stuit en staartdekveren (veren even optillen om te checken); witte punten middelste armpendekveren 2-4 mm breed; kleine bovenvleugeldekveren zwart met smalle witte randjes (aspect zwart), op bovenvleugel alleen wit te zien aan de basis van de armpennen, want brede zwarte band op punt armpennen doorlopend tot tertials (binnenvlaggen zijn vaak wel wit, maar verdekt); supercilium diep zeemkleurig (herfst) tot zeemkleurig (voorjaar). In de zomer geheel anders; een voornamelijk zwarte gors met een wit randje op de middelste dekveren en aan de basis van de armpennen en met een witte buik en twee witte buitenste staartpennen (oordekveren en midden van stuit zwart)
Groenlands-Siberische (nominaat nivalis) vrouwen: bovenzijde okergeel (opvallend 'blond'), zwartbruin kapje met wit subterminaal op de veren; zwarte schachtstrepen afwezig op benedenstuit en korte bovenstaartdekveren; witte randen middelste armpendekveren 4-9 mm breed; kleine bovenvleugeldekveren met brede zilvergrijze randen (zwart verdekkend), op bovenvleugel veel wit te zien op de armpennen, want zwarte band op punt armpennen niet verder doorlopen dan buitenste 1-2 pennen, de derde en vierde met een kleine vlek op de punt buitenvlag, de 5e en 6e vaak geheel wit; supercilium licht zeemkleurig (herfst) tot wit (voorjaar). In de zomer heel anders: kop en stuit vnl wit, veel wit op vleugel, 3 witte buitenste staartpennen.
Morgen (?) de mannen.
Kees Roselaar
Zool Mus Amsterdam