De basis van de onderstaande tabel is 10 jaar veldwerk op de Westeinderplassen in Aalsmeer. Ondergetekende heeft daar ca. 5.000 meerkoeten in de vingers gehad. G. Speek
 

1. LEEFTIJD

1kj vogels bereiken in augustus-september de volwassen grootte en zijn dan uitsluitend op leeftijd te brengen aan de hand van drie kenmerken: 1. witte veertjes op de borst en buik, 2. bruine veren op de rug, 3. de kleur van de tarsus.

  1. De witte veertjes op borst en/of buik zijn een typisch kenmerk voor 1kj vogels. Die veertjes zijn, duidelijk te onderscheiden, aanwezig in juni-juli-augustus. Na augustus vermindert het aantal witte veertjes en zijn vanaf oktober (bij 50% van de vogels), november (75%) en januari (99.5%) geheel afwezig.
  2. De bruine veren op de rug zijn ook een kenmerk voor 1kj vogels, maar minder duidelijk te onderscheiden. Die bruine rugveren volgen, qua aantal, hetzelfde patroon als de witte veertjes op borst en buik.
  3. De tarsus is bij 1kj vogels vanaf juni-juli diep-donker grijs-bruin van kleur en wordt in de loop van het najaar en het volgend voorjaar steeds lichter grijs. De moeilijkheid bij de tarsuskleur is dat die varieert in de loop van het seizoen: broedvogels hebben (april-juni) kleurrijker tarsi (licht leigrijs met groen (vaak ook nog met geel) en naarmate ze ouder worden met rood en oranje), maar die kleur wordt in het najaar vaak "teruggezet" tot licht leigrijs, vaak met groen.

 

SEPTEMBER T/M DECEMBER:

Wel witte veertjes op de borst / buik of restanten ervan; n.b.: na november bij 95% van de 1kj vogels niet meer aanwezig. Vaak dan ook met bruine veren op de rug of restanten ervan; n.b.: na november bij 95% van de 1kj vogels niet meer aanwezig. Tarsus diep-donker bruin-grijs tot donker leigrijs: 1kj.

Geen witte veertjes op de borst / buik, geen bruine veren op de rug.
Tarsus donker of licht leigrijs: volgroeid. (vanaf december zien 90% van alle vogels er zo uit)

Geen witte veertjes op de borst / buik, geen bruine veren op de rug.
Tarsus (licht) leigrijs met groen of geel: na 1kj.

  

JANUARI T/M AUGUSTUS:

Wel witte veertjes op de borst / buik (bij minder dan 0.5% van de 2kj vogels aanwezig): 2kj.

Geen witte veertjes op de borst / buik, Tarsus leigrijs, soms met groen: na 1kj.
        (in de maanden januari en februari zien 99% van alle vogels er zo uit)

Geen witte veertjes op de borst / buik, Tarsus leigrijs met geel, rood of oranje: na 2kj.

 

2. GESLACHT

Er is één "ijzeren" manier om de geslachten te kunnen onderscheiden: het geluid (Grimeyer 1943), maar helaas maakt een Meerkoet geen geluid als je 'm in de hand hebt. Redelijk bruikbaar maar niet ideaal (Visser 1976) en met een paar duidelijke kanttekeningen (Fjeldsa 1977) is de vleugellengte, waarbij (zoals altijd bij de vleugellengte) bijzondere aandacht gegeven moet worden aan de methode (Visser 1976). Bij de onderstaande cijfers (Visser 1976) is de vleugel "just flattened, not straightened":

--- 1kj: ---

Bij 1kj vogels, evenals bij na1kj vogels, hebben de mannetjes gemiddeld langere vleugels dan de vrouwtjes, maar de variatie van de vleugellengte (o.a. veroorzaakt door de spreiding van het broedseizoen en de variabele groei van de vogels) is te groot om betrouwbaar het geslacht te kunnen bepalen.

--- na 1kj: ---

Vleugel langer dan 218 mm:  man
Vleugel korter dan 210 mm:  vrouw

Literatuur:

  • Fjeldsa J. 1977. Sex and age variation in wing-length in the Coot (Fulica atra). Ardea 65(3-4):115-125.
  • Grimeyer D. 1943. Geslachtelijk geluidsverschil en enkele voorlopige mededelingen aangaande het gedrag van den Meerkoet. Ardea 32(3-4):273-278.
  • Visser J. 1976. An evaluation of factors affecting wing length and its variability in the Coot (Fulica atra). Ardea 64(1-2):1-21.