Het onderscheid tussen de Bosrietzanger en de Kleine Karekiet is vaak moeilijk (soms erg moeilijk, soms onmogelijk), vooral bij de 1kj's en het gesleten volwassen kleed. Doorslaggevend is het verkrijgen van juiste maten. Voor elk twijfelgeval is het aan te bevelen om beslissinggevende maten tweemaal te nemen. Meet beide vleugels en laat uw medewerker, onafhankelijk van u, ook de maten nemen. Baseer uw beslissing altijd op zoveel mogelijk verschillende kenmerken, nooit op één 'sleutelkenmerk'.
Onderstaand, vertaald uit Svensson 1992, blz.169-173, is een prettig hulpmiddel omdat deze een overzicht geeft van vele maten. Maar pas op, ook Svensson alléén is niet zalig makend en in geval van twijfel moet er meer "uit de kast worden getrokken".

Begin met de vleugellengte, vleugelformule (inclusief de versmalling (notch) / vleugellengte - ratio) en de snavellengte. Snavel (tot bevedering) 11.1 - 14.0 mm, (tot schedel) 14.3 - 17.2 mm (n=34). Walinder kreeg (tot schedel) 14.7 - 16.4 mm (n=457) voor 90% van uitgevlogen vogels in zuid Zweden. het maximum was 16.9 mm.
De bovendelen van na1kj vogels zijn groenachtig olijfbruin, de stuit heel licht geelachtig bruin (nooit roodachtig bruin). Na1kj vogels hebben in het voorjaar als regel een duidelijke olijfgroene zweem op de kruin en mantel (en zijn dan redelijk te herkennen), in de late zomer wordt dit door slijtage meer grijsachtig bruin (en kan eventueel lijken op een gesleten na1kj Kleine Karekiet). De 1kj heeft een warmere bruine kleur, is dikwijls roodachtig bruin getint op de stuit en lijkt heel veel op een 1kj Kleine karekiet, ofschoon de 1kj Bosrietzanger in de regel iets bleker is en de bovendelen meer olijfachtig van kleur zijn (maar in de praktijk zijn de 1kj's van beide soorten vaak niet te onderscheiden). De binnenste 6 handpennen hebben een smalle, maar duidelijke witachtige top, gemiddeld duidelijker dan bij 1kj Kleine Karekieten (maar deze hebben zelden een bleke top). De pootkleur is variabel, maar gewoonlijk bleek roze strokleurig bij 1kj vogels, zelden meer grijsachtig; de pootkleur van na1kj vogels lijkt zoveel op die van Kleine Karekieten, dat dit kenmerk niet te gebruiken is. De kleur van de klauwen is een betere indicatie (G. Walinder; pers.comm.): licht grijsbruin ('droog gras') met slechts een gering contrast ten opzichte van de geelachtige onderkant (zie bij Kleine Karekiet). Lengte van de achterklauw 5.6 - 6.7 mm (n=18, gem.= 6.2 mm). 1kj Bosrietzangers verliezen hun donkere tongvlekken als regel eerder dan 1kj Kleine Karekieten (G. Walinder; pers.comm.). Het merendeel der Zweedse trekkers heeft op 1 augustus een reductie van 50% (de tongvlekken zijn grijs en soms moeilijk te zien), bij sommige 1kj's zijn de vlekken dan al helemaal verdwenen! 1kj Kleine Karekieten hebben zwarte of zwartachtige tongvlekken tot minstens half september en dikwijls tot begin oktober.
NB. 1kj vogels met een versmalling (notch) / vleugellengte - ratio van 0.144 - 0.157 overlappen met sommige 1kj Kleine Karekieten en moeten extra zorgvuldig gedetermineerd worden; vergelijk de gegevens van verenkleed, vleugelformule of maten met die van de Kleine Karekiet. Als ook dat niet helpt probeer dan de methode van Walinder (zie hieronder): vermenigvuldig de doorsnee van het loopbeen (tekening B) met de breedte van de snavel (tekening C) en trek dat getal af van de snavel (van punt to schedel, zie tekening A). Is de uitkomst van de berekening 4.5 - 8.0, dan is het een 1kj Bosrietzanger; is de uitkomst 8.5 - 12.5, dan is het een 1kj Kleine Karekiet. Slechts 6 van de 959 metingen vielen in de kleine overlap van 8.0 - 8.5. Voo na1kj vogels is de overlap iets groter (Walinder ... (et al.) 1988), maar die vogels kunnen gedetermineerd worden op kleur, vleugelformule en andere kenmerken. 163 na1kj Bosrietzangers vielen tussen 6.5 - 9.5, en 381 na1kj Kleine Karekieten tussen 9.0 - 13.0. Ongeveer 25 vogels vielen in de overlap van 9.0 - 9.5.
Als regel kunnen 1kj vogels gedetermineerd worden door de vleugellengte te delen door de snavellengte (punt tot schedel). Is de uitkomst 4.16 - 4.86 dan is het een 1kj Bosrietzanger, is de uitkomst 3.67 - 4.21 dan is het een 1kj Kleine Karekiet, maar let op: er is overlap.

VARIATIE. Er zijn geen ondersoorten die van elkaar verschillen.

RUI. Oude en jonge vogels hebben een gedeeltelijke zomerrui en een volledige winterrui.

SEX. Man en vrouw hebben een identiek verenkleed. In de broedtijd (in Nederland mei-juni) en een grote, duidelijke broedvlek: vrouw.

HERFST. De schedelverbening is een goed middel om oud en jong te onderscheiden. Vleugel- en staartveren van na1kj vogels zijn gesleten en van 1kj vogels zijn die vers (niet gesleten).

OPMERKINGEN. De versmalling (notch) / vleugellengte - ratio is vooral gebaseerd op onderzoek van Walinder et al. (1988) en wordt berekend door de lengte van de versmalling aan de 2e handpen te delen door de maximum vleugellengte. Bedenk dat die ratio beïnvloed kan worden door geografische verschillen van vleugellengten, maar zover bekend zijn die onbeduidend klein. Van groot belang is de persoonlijke meettechniek. Walinder vond een gemiddelde vleugellengte van 70.8 mm (na1kj) en 70.3 mm (1kj). Speek (1991) vond dit verschil minder duidelijk bij Nederlandse vogels. Het gevonden verschil moet liggen aan het verschil in meettechniek, geografische verschillen kunnen dit niet veroorzaken. Dergelijke verschillen zijn niet aangetoond (bij kleinere aantallen) in Engeland, Spanje en Hongarije (Walinder, in litt.). Bovendien zijn er in Speek's materiaal b.v. een na1kj Bosrietzanger met een vleugellengte van 69 en 70 mm en een versmalling van 9 mm. Andere Kleine Karekieten hadden een versmalling van slechts 8 mm! Welke criteria werden gebruikt om de juiste determinatie van de soort vast te stellen?
De binnenste en de totale spanwijdte van de voet van na1kj vogels is beschreven door Leisler (1972). Ze worden geacht een bruikbaar determinatiekenmerk te zijn. Bosrietzangers hebben inderdaad kortere tenen en klauwen dan Kleine Karekieten, reeds Portenko maakte daarop attent. De drie meest bruikbare maten van Leisler voor na1kj Bosrietzangers (n=23) zijn: binnenste voetwijdte, zonder de klauwen 16.2 - 17.7 mm, inclusief de klauwen 24.0 - 26.0 mm, en een totale spanwijdte, inclusief de klauwen 30.3 - 33.2. Ik (Svensson) prefereer het om deze gegevens alleen in een voetnoot te vermelden omdat ik het buitengewoon moeilijk en tijdrovend vind om de juiste maten te nemen en ook omdat ik vogels heb gemeten, die buiten de maten van Leisler vallen. Bovendien hebben Osiek et al. (1974) aangetoond dat de maten niet kloppen voor Nederlandse vogels.
Een ander kenmerk, dat blijkbaar minder bruikbaar is om de soort te bepalen, is het aantal snorharen.

 

Onderstaand is een overzicht van de maatverschillen, maar pas op, ook deze tabel alléén is niet zaligmakend en in geval van twijfel moet er meer "uit de kast worden getrokken".

 

  BOSRIETZANGER KLEINE KAREKIET
ADULT:    
     
Vleugellengte 68 - 76 62 - 73
Snavel tot schedel 14.3 - 17.2 15 - 18.5
Snavel tot bevedering 11.1 - 14 12.1 - 16.5
Lengte versmalling binnenvlag 9e.handpen (notch) 8.5 - 12 11 - 15
Achternagel 5.6 - 6.7 5.9 - 7.7
10e.handpen minmus handpendekveren -5  -  +0.5 -4  -  +2
9e. handpen 3 / 5 3 / 5 of 5 (5/6)
Langste handpen 3 3 (4)
Notch / vleugel 0.125 - 0.160 0.167 - 0.231
10e.handpen < vleugelpunt 17.5 - 21(22) 15 -19
Formule Walinder: snavellengte tot schedel minus (pootdikte x snavelbreedte) 4.5 - 8 8.5 - 12.5
Kleur achternagel licht grijsbruin (droog gras) sterk contrast grijsbruin-geel
     
1 KJ:    
     
Vleugellengte 67 - 74  
Notch 7.5 - 11 9.5 - 13.5
Notch / vleugel 0.107 - 0.157 0.144 - 0.200
Vleugel / snavellengte (tot schedel) 4.16 - 4.86 3.67 - 4.21
Binnenste 6 handpennen punten wittig punten bleek

 

 

Onderstaand is de (vereenvoudigde) Walinder-tabel (Walinder ... (et al.) 1988) voor 1ekj vogels.
N.B., ook deze tabel alléén is niet zaligmakend en in geval van twijfel moet er meer "uit de kast worden getrokken".

 

horizontaal: vleugellengte (mm);   verticaal: notch (mm)
  61 62 63 64 65 66 67 68 69 70 71 72 73 74 75  
14.0                               14.0
13.5               KK KK   KK KK       13.5
13.0         KK KK KK KK KK KK KK KK       13.0
12.5       KK KK KK KK KK KK KK KK KK KK     12.5
12.0       KK KK KK KK KK KK KK KK KK       12.0
11.5     KK KK KK KK KK KK KK KK KK KK       11.5
11.0     KK KK KK KK KK KK KK beide Br Br Br Br   11.0
10.5   KK KK KK KK KK KK KK beide Br Br Br Br Br   10.5
10.0     KK KK KK KK KK beide Br Br Br Br Br Br   10.0
09.5     KK KK KK KK   Br Br Br Br Br Br     09.5
09.0             Br Br Br Br Br Br Br     09.0
08.5             Br Br Br Br Br Br       08.5
08.0             Br Br Br Br Br Br Br     08.0
07.5               Br   Br           07.5
07.0                               07.0
  61 62 63 64 65 66 67 68 69 70 71 72 73 74 75  

Kleine Karekiet  KK  n=1362    /    Bosrietzanger  Br  n=556

 

(bovenstaande tabel is ook als pdf) 

Onderstaand is de (vereenvoudigde) Walinder-tabel (Walinder ... (et al.) 1988) voor na 1ekj vogels.
N.B., ook deze tabel alléén is niet zalig makend en in geval van twijfel moet er meer "uit de kast worden getrokken".

 

 

horizontaal: vleugellengte (mm);   verticaal: notch (mm)
  62 63 64 65 66 67 68 69 70 71 72 73 74 75 76 77  
15.5                                 15.5
15.0       KK                         15.0
14.5                     KK           14.5
14.0         KK KK KK KK KK KK KK           14.0
13.5       KK KK KK KK KK KK KK KK           13.5
13.0   KK KK KK KK KK KK KK KK KK KK           13.0
12.5     KK KK KK KK KK KK KK KK KK           12.5
12.0   KK KK KK KK KK KK KK KK KK       Br Br   12.0
11.5   KK KK KK KK KK KK KK     Br           11.5
11.0   KK KK KK KK KK   Br Br Br Br Br Br       11.0
10.5               Br Br Br Br Br Br       10.5
10.0             Br Br Br Br Br Br         10.0
09.5             Br Br Br Br Br Br         09.5
09.0               Br Br Br Br           09.0
08.5             Br                   08.5
08.0                                 08.0
  62 63 64 65 66 67 68 69 70 71 72 73 74 75 76 77  

Kleine Karekiet  KK  n=428    /    Bosrietzanger  Br  n=87.

 

bovenstaande tabel is ook als pdf 

Een overzicht van de vleugelformules (Svensson 1992) van Bosrietzanger, Kleine Karekiet en Struikrietzanger is hier aanwezig.
  

Literatuur:

  • Karlsson L. & Persson K. & Walinder G. 1988. Aldersbestämming av rörsängare (Acrocephalus scirpaceus) med hjälp av irisfärg, tarsfärg och tungfläckar. Var Fagelvärld 47:141-146.
  • Leisler 1972. Artmerkmale am Fuss adulter Teich- und Sumpfrohrsänger (Acrocephalus scirpaceus, A. palustris). Journ. f. Orn. 113:366-373.
  • Osieck E.R. & Buker J.B. & Buurma L.S. 1974. De voetlengte als kenmerk voor het onderscheid van Kleine Karekiet (Acrocephalus scirpaceus) en Bosrietzanger (Acrocephalus palustris). Op Het Vinkentouw 23:9-16.
  • Speek B.J. 1991. Kleine Karekiet / Bosrietzanger. Zijn de tabellen van Walinder c.s. bruikbaar in Nederland? Op Het Vinkentouw 63:4-13.
  • Speek B.J. (ed.) 1994. Handkenmerken voor het bepalen van soort, geslacht en leeftijd van in het wild levende vogels. Heteren, N.I.O.O. ISBN -.
  • Svensson, L. 1992. Identification Guide to European Passerines. Vierde druk. Stockholm. ISBN 91-630-1118-2.
  • Walinder G. & Karlsson L. & Persson K. 1988. A new method for separating Marsh Warblers (Acrocephalus palustris) from Reed Warblers (Acrocephalus scirpaceus). Ringing & Migration 1988(9,1):55-62.