De rui van het verenkleed en de betekenis voor de identificatie, determinatie en leeftijdsbepaling staat voortreffelijk beschreven in de onderstaande werken, die zelf ook een uitgebreide bibliografie hebben.

De benaming van de vleugelveren is nog wel eens aan verandering onderhevig geweest, maar vooral de nummering van de vleugelveren is een 'eeuwige strijd' tussen twee systemen. Voor benaming en nummering zie bij vleugel.

Het ruistadium en het patroon van de handpenrui kunnen goed worden vastgelegd door bij ruiende vogels de status en lengte van de handpennen vast te leggen in de zogenaamde 'ruiscore':

0 - oude handpen
1 - oude handpen afgeworpen, nieuwe pen niet aanwezig of alleen bloedspoel zichtbaar
2 - bloedspoel met veerpluim van de nieuwe handpen zichtbaar, lengte tot 1/3 van uiteindelijke lengte
3 - nieuwe, groeiende handpen, lengte tussen 1/3 en 2/3 van uiteindelijke lengte
4 - nieuwe, groeiende handpen, lengte tussen 2/3 en maximale lengte
5 - nieuwe, geheel volgroeide handpen

wanneer de 9 binnenste handpennen op deze wijze gescoord worden (de buitenste tiende pen wordt bij zangvogels buiten beschouwing gelaten) ontstaat een sequentie die stadium en patroon van de rui laten zien, bijvoorbeeld: 555542100. De som van de afzonderlijke handpenscores (hier 27) vormen de ruiscore. De ruiscore is een getal tussen 0 (alles oud) en 45 (alles nieuw).

foto's: V. Eggenhuizen

Meer informatie is te vinden op pagina 37 en 38 van de RAS-handleiding en in onderstaande werken:

Literatuur:

  • Ginn H.B. & D.S. Melville 1983. Moult in Birds. Tring, BTO. ISBN 0-903793-02-4.
  • Jenni L. & R. Winkler 1994. Moult and Ageing of European Passerines. London, Academic Press. ISBN 0-12-384150-X.
  • Svensson, L. 1992. Identification Guide to European Passerines. Vierde druk. Stockholm. ISBN 91-630-1118-2.