Definitie

Biometrie is volgens Van Dale (1984): "het vaststellen van tel-, weeg- of meetbare eigenschappen van levende wezens". We kunnen dus tellen (bv. het aantal staartpennen; bv. voor de rui het aantal aan- en afwezige nieuwe en oude veren; bv. in welke categorie het vet onder te brengen is, bv. in welke categorie de schedelverbening is onder te brengen, bv. het aantal tongvlekken), wegen (het gewicht) en meten (lengte van veren, snavel, poot, etc.; de aanwezigheid van een broedvlek; kleur is een moeilijke maat maar m.i. ook in getallen aan te geven).

Waarom worden biometrische maten genomen?

Biometrie speelt een belangrijke zo niet cruciale rol in vrijwel alle onderzoek. Biometrische maten worden genomen om onderscheid te kunnen maken tussen soorten, geografische rassen of geslachten, om de conditie van vogels te kunnen bepalen, om verschillen in lichaamsgrootte tussen individuen vast te leggen en zowel de oorzaken als de consequenties van deze variatie te bergijpen en verklaren. Alleen door terug te kunnen vallen op biometrische maten van grote aantallen individuen, op gestandaardiseerde wijze verzameld over een lange periode kunnen we de evolutie van vorm en grootte van organismen begrijpen.

Je moet je altijd blijven realiseren dat het geen vanzelfsprekendheid is om vogels te vangen en dus lastig te vallen. Dat levert voor de vogels altijd overlast op. Hoeveel en wat is moeilijk meetbaar, maar bij elke van onze handelingen moeten we altijd overwegen: kan het ook "minder", "anders", "beter", "efficiënter". In ieder geval moeten we ons altijd afvragen "waarom". 

Beleid & Biometrie

Van alle ringers wordt verwacht dat zij het geslacht en de leeftijd van de gevangen vogels kunnen bepalen, voor zover de huidige kennis daartoe strekt. Als daarvoor biometrische maten genomen moeten worden (welke dan ook, mits uw ringvergunning dat toestaat), dan moet dat gebeuren indien het een redelijke 'verwerkingstijd' niet overschrijdt. Dat kunnen dus per vogelsoort verschillende biometrische maten zijn (b.v. bij fitis-tjiftjaf tel je het aantal versmallingen van de buitenvlag van de handpennen, bij pulli roofvogels meet je de klauw, bij kleine karekiet-bosrietzanger meet je de vleugellengte en de notch op p2). Het bepalen van het geslacht uitsluitend op basis van biometrie wordt afgeraden zolang niet eenduidig kan worden vastgelegd dat uitsluitend biometrie aan de geslachtsbepaling ten grondslag lag. Dit is nodig omdat biometrische geslachtsbealing allen mogelijk is bij extreme individuen (zeer groot of zeer klein) en daardoor 'biass' creëert in de steekproef waarvan het geslacht bekend. Deze biass bemoeilijkt veel analyses.

Om de overlast voor de vogel tot een minimum te beperken, worden er uitsluitend biometrische maten genomen die zinvol zijn. Dat verschilt per vogelsoort. Aangeraden wordt minimaal de vleugellengte en het gewicht te bepalen, en daarnaast soort-specifieke maten te nemen die relevant zijn.

Biometrische maten

Een overzicht van de verschillende biometrische maten die kunnen worden genomen is hiernaast weergegeven.