Op deze pagina worden alle aspecten van de wet en machtiging in detail toegelicht. Onderstaande links doen het helaas tijdelijk niet, excuses voor het ongemak.

 

   

 

Algemeen

Als in het volgende gesproken wordt over de Vogelwet resp. de Jachtwet, dan wordt bedoeld:
Vogelwet 1936, met overige regelgeving, zoals weergegeven en bewerkt in de uitgave: "Vogelwet 1936", Nederlandse Staatswetten, Editie Schuurman & Jordens, No. 80 negende druk. uitg. W.E.J. Tjeenk Willink, Zwolle, 1995.
Jachtwet, Nuttige Dierenwet 1914, met overige regelgeving, zoals weergegeven en bewerkt in de uitgave: "Jachtwet, Nuttige Dierenwet 1914", Nederlandse Staatswetten, Editie Schuurman & Jordens, No. 15 zevende druk. uitg. W.E.J. Tjeenk Willink, Zwolle, 1995.

Als wordt gesproken over Lijst van beschermde vogels dan wordt bedoeld:
Lijst van beschermde vogels. Lijst van vogels die tot de beschermde vogels in de zin van de Vogelwet 1936 en de Jachtwet behoren, met een toelichting. uitg. Den Haag, Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit; directie Natuurbeheer, juni 1997.

Tekst tussen "" is geciteerd uit bovenstaande uitgaven.
Bovenstaande uitgaven zijn uiteraard op Vogeltrekstation aanwezig.

Welke vogels zijn beschermd?
De Vogelwet geeft de volgende definitie van het begrip 'beschermde vogels':

Vogelwet, artikel 1 sub.2:
"Alle vogels welke behoren tot een der in Europa in het wild levende soorten, met uitzondering van de tamme duiven rassen, de tamme knobbelzwanen en de in artikel 2 van de Jachtwet genoemde vogels".

Dit betekent dat alle Europese wilde vogels in ons land beschermd zijn, behalve de als uitzondering genoemde vogels. Dus niet alleen de eigen broedvogels en de vogels die ons land tijdens de trek aandoen zijn beschermd, maar ook vogels die niet in Nederland voorkomen maar wel in andere Europese landen.
Zie hiervoor ook de Lijst van beschermde vogels die hierover meer in detail treedt.

Lijst van beschermde vogels: Tamme duiven rassen
"De Rotsduif (Columba livia) is een in Europa in het wild levende soort en wordt daarom tot de "beschermde" vogels gerekend. Er komen van deze soort allerlei kweekrassen (postduiven, sierduiven) voor, die veelvuldig verwilderen. Deze vogels, die zich doorgaans, maar niet altijd, in uiterlijk duidelijk van hun zuiver wilde soortgenoten onderscheiden, worden, of zij nu in gevangenschap of in het wild voorkomen, niet tot de beschermde vogels gerekend."

Lijst van beschermde vogels: Knobbelzwanen
"Vanouds worden Knobbelzwanen (Cygnus olor) voor het vlees of de veren gehouden. Om deze reden zijn de tamme exemplaren van deze soort niet beschermd. Het onderscheid tussen tamme en wilde exemplaren van de Knobbelzwaan is in de Vogelwet 1936 niet nader gedefinieerd. Het uitgangspunt is, dat tamme Knobbelzwanen een eigenaar hebben, daarom een eigendomsmerk (ring, tekens op snavel of zwemvliezen) dragen en meestal niet kunnen vliegen (gekort- of geleewiekt zijn). Wilde Knobbelzwanen echter vliegen vrij rond en dragen geen eigendomsmerken."

Vogelwet, artikel 2
"Slechts indien er geen andere bevredigende oplossing bestaat dan het onbeschermd verklaren van een vogelsoort, kan

  • In het belang van de volksgezondheid en de openbare veiligheid,
  • In het belang van de veiligheid van het luchtverkeer
  • Ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, bedrijfsmatige visserij en wateren of
  • Ter bescherming van flora en fauna

bij of krachtens algemene maatregel van bestuur (zie artikel 2 van het Vogelbesluit 1994, blz.42) worden bepaald dat bij die maatregel aangewezen vogelsoorten voor bepaalde of onbepaalde tijd, voor geheel Nederland of een deel daarvan, niet worden gerekend tot beschermde vogels".

Vogelwet versus Jachtwet

Jachtwet
Een aantal vogelsoorten wordt tot het 'wild' van de Jachtwet (art.2) gerekend:

  • "klein wild : fazanten, korhoenders, patrijzen, houtsnippen."
  • "waterwild : rietganzen, kleine rietganzen, kolganzen, grauwe ganzen, canadese ganzen, brandganzen, rotganzen, smienten, krakeenden, wintertalingen, wilde eenden, pijlstaarten, zomertalingen, slobeenden, tafeleenden, kuifeenden, toppereenden, meerkoeten, goudplevieren, bokjes, watersnippen."
  • "overig wild : houtduiven, zwarte en bonte kraaien, roeken, kauwen, vlaamse gaaien, eksters."

Jachtwet, verschillen t.o.v. de Vogelwet
Van de vergunning tot het opsporen en bemachtigen van vogels behorende tot in artikel 2 van de Jachtwet genoemde soorten mag geen gebruik worden gemaakt op zondagen, de nieuwjaarsdag, de tweede paas- en pinksterdag, de beide kerstdagen en de hemelvaartsdag.

Begripsbepaling

Vogelwet, artikel 3
De Vogelwet geeft nadere omschrijvingen van de begrippen 'vogels' en 'eieren'. Als de wet spreekt van 'vogels', dan worden daarmee niet alleen levende vogels bedoeld maar ook: "lichamen van dode vogels en delen van vogels al dan niet geprepareerd of op andere wijze geschikt gemaakt om duurzaam te worden bewaard". Ook skeletten of schedels van beschermde vogels zijn dus beschermd. Onder 'eieren' worden ook uitgeblazen eieren verstaan.

Verbodsbepalingen

Vogelwet, artikel 5
"Het doden, pogen te doden, vangen, pogen te vangen of opzettelijk verontrusten van beschermde vogels is verboden".

Vogelwet, artikel 7
"Het is verboden beschermde vogels, vogels als bedoeld in artikel 2 of producten van die vogels onder zich te hebben, te koop te vragen, te kopen, te koop aan te bieden, ten verkoop voorhanden of voorradig te hebben, te verkopen, af te leveren, te vervoeren, ten vervoer aan te bieden, tentoon te stellen of binnen of buiten het grondgebied van Nederland te brengen".

Vogelwet, artikel 8
1. "Het zoeken, rapen, uithalen of het opzettelijk vernielen dan wel beschadigen van eieren van beschermde vogels of het verstoren, het opzettelijk vernielen dan wel beschadigen of het wegnemen van hun nesten is verboden".
2. "Het pogen eieren van beschermde vogels te rapen of uit te halen en het pogen hun nesten te verstoren of weg te nemen is verboden".

Vogelwet, artikel 9
"Het is verboden nesten of eieren van beschermde vogels of van vogels als bedoeld in artikel 2 onder zich te hebben, te koop te vragen, te kopen, te koop aan te bieden, ten verkoop voorhanden of voorradig te hebben, te verkopen, af te leveren, te vervoeren, ten vervoer aan te bieden, tentoon te stellen of binnen of buiten het grondgebied van Nederland te brengen".

Uitzonderingen

Op de verbodsbepalingen kunnen om verschillende redenen uitzonderingen worden gemaakt. Verder kunnen er voor diverse doeleinden vergunningen worden verleend.

Vergunningen

Vogelwet, artikel 21
"In het belang van de vogelstand, de opvoeding of de wetenschap kan vergunning worden gegeven tot het verrichten van bij de artikelen 5, 7, 8, en 9 verboden handelingen".

Ringwerk
Een belangrijke vergunning is de zogenaamde ringvergunning. De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit heeft het Vogeltrekstation (voorheen De Ringcentrale), onderdeel van het Nederlands Instituut voor Oecologisch Onderzoek, vergunning verleend om, ten behoeve van de wetenschap, personen te machtigen tot het verrichten van bij de Vogelwet 1936 of de Jachtwet verboden handelingen in het kader van ringwerk.

Uw ringmachtiging

Aan te leggen metalen ringen
In uw machtiging staat letterlijk :
..... ten einde deze te voorzien van een door het Vogeltrekstation uitgegeven ring .....
Dat betekent dat u de vogels alleen maar mag vangen teneinde ze een ring van het Vogeltrekstation om te leggen.

Vogeltrekstation-ringen niet afgeven aan niet-ringers
Het afgeven van ringen aan personen die niet in het bezit zijn van een geldige machtiging, is niet geoorloofd.

Vogeltrekstation-ringen niet in het buitenland gebruiken
Het is niet toegestaan Nederlandse ringen in het buitenland te gebruiken.

Ringen van een buitenlandse Ringcentrale niet in Nederland gebruiken
Het is niet toegestaan buitenlandse ringen in Nederland te gebruiken.

Vogeltrekstation-ringen niet modificeren
Zonder schriftelijke toestemming van het Vogeltrekstation, en dat staat dan vermeld in uw machtiging, is het niet toegestaan die ringen te modificeren bv. te bewerken met materialen om de eigenschappen ervan te veranderen.

Wat mag wel en wat mag niet?

Tijden veranderen, nieuwe methodes worden ontdekt en in gebruik genomen en daarom is het goed nog eens expliciet te formuleren waartoe uw ringmachtiging wel en geen toestemming geeft. Als u uw ringmachtiging nauwkeurig bekijkt dan ziet u o.a. dat u wordt "gemachtigd tot het verrichten van de volgende handelingen: het (pogen) te vangen van beschermde vogels ten einde deze te voorzien van een door het Vogeltrekstation uitgegeven ring of enig ander, met name in deze vergunning genoemd, door haar toegelaten merkteken". "Daarbij gebruik te maken van de in de machtiging genoemde vangmiddelen".
In gewoon Nederlands betekent het:

  • Dat u de vogelsoorten die in uw ringmachtiging staan mag proberen te vangen en daadwerkelijk mag vangen (dat zijn twee verschillende zaken in de vogelwet)
  • U mag ze alleen maar vangen om die vogels een Vogeltrekstation-ring om te leggen (en zo spoedig mogelijk los te laten, zie de voorwaarden in de ringvergunning)
  • Een ander merkteken (halsband, gekleurde pootring, veerstempel etc.) aanleggen mag alleen als dat exact in uw ringmachtiging staat
  • Dat u de vogels alleen maar mag vangen met behulp van de in de machtiging omschreven vangmiddelen

Naast datgene wat expliciet vermeld is in uw ringmachtiging 'vraagt' het Vogeltrekstation van u de vangsten zodanig te determineren dat de (onder)soort exact bekend is en, voor zover mogelijk, ook de leeftijd en de sexe van de vogels vast te stellen. Hulpmiddelen daarvoor zijn o.a. de determinatiegidsen waarin per vogelsoort melding wordt gemaakt van kenmerken als grootte, kleur en vorm. De grootte van bepaalde lichaamsmaten (het nemen van biometrische maten als lengte, gewicht, rui, vetgraat etc.) kan een grote rol spelen in het vaststellen van soort, leeftijd en geslacht en is dus een belangrijk hulpmiddel voor de ringer. Bovendien kunnen dergelijke biometrische maten ons waardevolle informatie geven over o.a. conditie.

Het is ondoenlijk om allemaal aan te geven waar uw ringmachtiging geen dekking voor geeft, in ieder geval niet voor middelen die een duidelijk groter blijvend effect en ongerief veroorzaken voor de vogel dan de gebruikelijke ringen. Voorbeelden van niet toegestane middelen zijn radio- en satellietzenders en het aftappen van bloed en het afknippen van veren.

Wilt u middelen gebruiken waar uw ringmachtiging geen dekking voor geeft, dan moet u zich wenden tot het Vogeltrekstation zodat we kunnen beoordelen of de door u gewenste merktekens of determinatiemethoden in uw ringmachtiging zijn onder te brengen of dat we u moeten doorsturen naar het Ministerie van EL&I of naar een Dier Experiment Commissie (DEC) van een onderzoeksinstelling.

Kleurmerken/halsbanden

Vogels, die een "Arnhem" ring dragen mogen, zonder een specifieke schriftelijke toestemming van het Vogeltrekstation (en dat staat dan vermeld in uw ringvergunning), niet ook nog op een andere wijze worden gemerkt. Wettelijke en administratieve aspecten en de (inter)nationale coördinatie van gebruikte coderingen liggen hieraan ten grondslag. In gevallen waarin het wetenschappelijk aantoonbaar onontbeerlijk is aanvullende kenmerken aan te brengen door middel van gekleurde pootringen, halsbanden, vleugelmerken zoals ‘wingtags’, kan men een aanvraag daarvoor indienen bij het Vogeltrekstation. Deze toestemming is één jaar geldig en kan, desgewenst, vernieuwd worden tegelijk met de ringmachtiging.

Alleen bij ‘eigen’ vogels
Indien toestemming is verkregen voor het gebruik van andere kenmerken (in combinatie met de metalen Vogeltrekstation-ring), dan mogen die andere kenmerken alleen maar worden aangelegd bij vogels waarvan men zelf als ringer staat geregistreerd. Het is dus niet toegestaan andere kenmerken aan te leggen bij vogels die een metalen ring dragen, waarbij die metalen ring geregistreerd staat op een andere ringer.

Alleen andere kenmerken binnen uw eigen ‘andere kenmerken-project’
Indien toestemming is verkregen voor het gebruik van andere kenmerken (in combinatie met de metalen Vogeltrekstation-ring), dan mogen alleen andere kenmerken worden aangelegd waarvoor de ringer zelf toestemming, binnen zijn eigen project, heeft verkregen.
Het is dus niet toegestaan andere kenmerken aan te leggen dan waarvoor zelf toestemming is verkregen. B.v.: ringer heeft een goedgekeurd (inclusief andere kenmerken) project aan Struisvogels en legt deels andere kenmerken die eigendom zijn van een andere ringer.

Te vangen vogelsoorten

Bijvangsten
In uw ringvergunning staat bij punt A. aangegeven welke vogels u doelgericht mag gaan vangen die resp. onder de Vogelwet en de Jachtwet vallen. Vangt u tijdens uw wettelijk toegestane vangpogingen TOEVALLIG een vogel waartoe u volgens punt A. in uw vergunning geen toestemming hebt, dan bent u NIET in overtreding, want er is geen opzet deze vogel te vangen. Het is toegestaan zo'n incidentele bijvangst te ringen, tenzij dat expliciet onder de voorwaarden 1 t/m 10 in uw vergunning wordt verboden. Het is niet toegestaan voor die bijvangsten ringen te bestellen als de ringmaat ervoor anders is dan voor de vogels die wél in uw vergunning staan vermeld. Neemt zo'n incidentele bijvangst frequentere vormen aan (de richtlijn is: totaal meer dan 50 per jaar), dan moet u die vogels ongeringd loslaten en/of uw vangtechniek aanpassen.

Meer soorten willen vangen?
Wenst u meer vogelsoorten te mogen vangen dan uw vergunning toelaat dan dient dat schriftelijk te worden aangevraagd, vergezeld van een gedegen plan, wetenschappelijk onderbouwd. Bij toekenning van uw aanvraag krijgt u per omgaande uw gewijzigde vergunning thuis gestuurd. Men wende zich daarvoor tot het Vogeltrekstation.

Nestjongen
Om nestjongen te kunnen ringen moeten deze met de hand worden gepakt. De wet verstaat onder 'vangen' ook het uit het nest nemen van een jonge vogel. Men heeft daarvoor dan ook een vergunning nodig inzake de Vogelwet, die het verrichten van de bij artikel 5 van de Vogelwet verboden handeling toestaat.

Exact identificeren
U mag uiteraard geen vogel ringen die u niet exact kunt identificeren. In het geval van lastig uit elkaar te houden soorten (b.v. Tjiftjaf - Fitis, Kleine Karekiet - Bosrietzanger) dan wordt verwacht dat u uw determinatie kunt staven met voldoende ter zake doende biometrische gegevens en/of beschrijving en foto's van het verenkleed.

  • Nestjongen van Noordse Stern en Visdief kunnen niet met zekerheid van elkaar worden onderscheiden en mogen dus niet worden geringd in kolonies waar beide vogelsoorten samen broeden.
  • Nestjongen in donskleed van Zilvermeeuw en Kleine Mantelmeeuw zijn niet met zekerheid van elkaar te onderscheiden en mogen dus niet worden geringd in kolonies waar beide vogelsoorten samen broeden. Wanneer de veren volledig zijn uitgegroeid is onderscheid mogelijk, ringen is dan toegestaan aan hen die de methode kennen en die op elke jonge vogel in een gemengde kolonie kunnen toepassen.

Zeldzame soort
Bent u zo gelukkig een echte zeldzame soort te vangen, dan wordt van u verwacht dat u de determinatie kunt staven met voldoende biometrische gegevens en foto’s. Die gegevens, incl. de foto’s, dient u naar ons op te sturen, o.a. ter verificatie en misschien ook wel om in OHV te publiceren.

Verboden vogelsoorten
Tot medio 1999 hebben we 'geleefd' met een aantal soorten die niet geringd mochten worden (o.a. Huismus, Wilde Eend en Wintertaling). Door veranderende inzichten en ook door de gewijzigde prijsstructuur van ringen hebben we besloten die lijst niet meer te hanteren. Met ingang van 1 augustus 1999: geen verboden vogelsoorten.

Vangmiddelen (Vogelbesluit 1994)

Vogelbesluit 1994, artikel 4 en 5: Verboden middelen voor het doden en vangen

Artikel 4-1
"Het is verboden beschermde vogels te doden of te vangen of te pogen deze te doden of te vangen door het gebruik van :

  • Strikken
  • Lijm
  • Haken
  • Beugels
  • Klemmen
  • Lokvogels
  • Bandopnemers of andere elektrische of elektronische geluidsdragers
  • Electrocutie-apparatuur
  • Kunstmatige lichtbronnen
  • Spiegels
  • Inrichtingen voor de verlichting van het doel
  • Vizierinrichtingen met een beeldomkeerder of een elektronische beeldversterker voor het schieten ’s nachts
  • Infraroodkijkers
  • Warmtebeeldcamera's
  • Explosieven
  • Netten
  • Vallen
  • Vangkooien
  • Giftige of verdovende middelen
  • Semi-automatische of automatische wapens waarvan het magazijn meer dan twee patronen kan bevatten
  • Kanongeweren, geweren die niet geschikt zijn en bestemd zijn van de schouder te worden bediend, alsmede geweren die niet geschikt zijn en bestemd zijn uitsluitend met de hand ondersteund te worden bediend-hagelpatronen die metallisch lood bevatten"

Artikel 4-2
"Het is verboden zich in het veld te bevinden met één of meer van de in het eerste lid genoemde middelen of met voorwerpen geschikt voor de onmiddellijke vervaardiging van die middelen, indien redelijkerwijs moet worden aangenomen dat die middelen of voorwerpen voor het doden of vangen van vogels als bedoeld in het eerste lid zullen worden gebruikt."

Artikel 4-3
"Het is verboden middelen of voorwerpen als bedoeld in het eerste lid, vangklaar op te stellen of gereed te maken voor het doden of vangen van vogels als bedoeld in het eerste lid."

Toegestane vangmiddelen
Het Vogeltrekstation geeft u door middel van artikel 12-e toestemming om een beperkt aantal van de in artikel 4-1 genoemde verboden middelen te gebruiken. De vangmiddelen die u zijn toegestaan zijn in uw ringvergunning vermeld bij: "Daarbij gebruik te maken van ... ". Wenst u meer vangmiddelen te gebruiken dan uw vergunning toelaat dan dient dat schriftelijk te worden aangevraagd, vergezeld van een gedegen plan, wetenschappelijk onderbouwd. Bij toekenning van uw aanvraag krijgt u per omgaande uw gewijzigde vergunning thuis gestuurd. Men wende zich daarvoor tot het Vogeltrekstation.

Mistnetten
Is het u toegestaan als vangmiddel ook mistnetten te gebruiken dan is van belang:~

Artikel 5-1
"Het onder zich hebben, te koop vragen, kopen, te koop aanbieden, ten verkoop voorhanden of voorradig hebben, verkopen, afleveren, vervoeren, ten vervoer aanbieden, of binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen van mistnetten is verboden."

Artikel 13
"Onze Minister kan ontheffing verlenen van het bepaalde in artikel 5, eerste lid, voor wetenschappelijk onderzoek ten aanzien van vogels, dat door of onder toezicht van het Vogeltrekstation wordt verricht."

Wat u wel en niet is toegestaan met mistnetten, staat vermeld in uw ringvergunning.

Lokvogels

Algemeen
De gevangen vogels moeten na het ringen zo spoedig mogelijk in vrijheid worden gesteld zulks met uitzondering van de exemplaren, waarvan het aanhouden als lokvogel noodzakelijk moet worden geacht. Met dit laatste wordt de ringer de vrijheid gegeven om elke gewenste vogelsoort als lokvogel aan te houden. Het spreekt vanzelf, dat men van deze vrijheid een zo beperkt mogelijk gebruik dient te maken. Wie die vrijheid om elke gewenste vogelsoort als lokvogel te mogen houden misbruikt door beschermde vogels in zijn volière te houden, zonder dat ze werkelijk noodzakelijk zijn als lokvogel, overtreedt de voorwaarden waaronder de vergunning is verleend. In voorkomende gevallen staat het Vogeltrekstation niet aan de zijde van de ringer. De lokvogels moeten goed verzorgd worden. Schone ruime kooien, fris water, goed en voldoende voedsel zijn een eerste vereiste.

Definitie van lokvogels
Voor het Vogeltrekstation zijn lokvogels "vogels welke zijn gekooid, aangelijnd of op een andere wijze zodanig zijn vastgelegd dat ze niet vrij kunnen rondlopen en/of vliegen".
Ringers met een eendenkooivergunning hebben een "stal". Die vogels vliegen vrij rond. In de optiek van Vogeltrekstation zijn de vogels in die stal dus geen lokvogels welke onder de ringvergunning vallen.

Beleid aantal lokvogels op de vangplaats
Over het aantal in gebruik zijnde lokvogels heeft het Vogeltrekstation een beleid geformuleerd.

Niet kweken
Met de lokvogels mag niet worden gekweekt, behalve met de ganzen van ringers met een speciale ganzenvang-ringvergunning.

Geen (gesloten) voetringen
Bij de lokvogels mogen geen gesloten voetringen worden aangelegd. De lokvogels moeten voorzien zijn van een ring van het Vogeltrekstation.

Niet kopen en/of verkopen
Uw ringvergunning geeft u GEEN ontheffing voor alle aanwezige onderdelen van de Vogelwet, artikel 7. U mag de lokvogels niet: (1) te koop vragen, (2) kopen, (3) te koop aan te bieden, (4) ten verkoop voorhanden of voorradig te hebben, (5) verkopen, (6) ten vervoer aan te bieden, (7) tentoon te stellen of (8) binnen of buiten het grondgebied van Nederland te brengen. U mag de lokvogels alleen voor eigen gebruik houden, en vervoeren van en naar de vangplaats.

Geen lokvogels anders dan in punt A. van de ringvergunning
U mag geen lokvogels houden van andere soorten dan onder punt A. in uw ringvergunning zijn vermeld.

Het betreden van terreinen

De Vogelwet zegt hierover het volgende:

Artikel 25-1
"Van een krachtens deze wet verleende vergunning mag op gronden en wateren, die toebehoren of waarvan de ondergrond toebehoort aan een ander dan de vergunninghouder en die niet bij de vergunninghouder in gebruik zijn, slechts gebruik worden gemaakt in tegenwoordigheid van de eigenaar of met diens schriftelijke toestemming."

Artikel 25-2
"Is een ander dan de eigenaar gebruiker der gronden en wateren, dan is het gezelschap of de schriftelijke toestemming van de gebruiker vereist."

Toelichting
Om vogels te kunnen ringen is het nodig een terrein te betreden teneinde daar de nesten te kunnen zoeken of de vangmiddelen te kunnen opstellen. Het is zonder meer duidelijk dat men daarvoor de toestemming nodig heeft van de eigenaar of de gebruiker van dat terrein. Deze toestemming moet niet alleen betrekking hebben op het betreden van het terrein, maar men moet OOK toestemming hebben om er te vangen en te ringen.

Openbaar terrein
Ook op een terrein dat vrij toegankelijk is voor het publiek (zonder toestemming voor- of achteraf, al of niet met toegangskaart), b.v. een plantsoen of park, mag men zonder verdere toestemming niet vangen en ringen. De ringer dient zelf voor deze toestemming te zorgen.

Assistent

De gemachtigde kan zich bij gebruik van de machtiging in het veld laten bijstaan door maximaal één persoon.

Een assistent mag
Een assistent mag alle handelingen verrichten waartoe ook de ringer volgens zijn vergunning gemachtigd is.

Een assistent moet
Een assistent moet in de onmiddellijke nabijheid (gehoor en/of zicht, doch maximaal 200 meter cq. maximaal 2 minuten) van de vergunninghouder zijn. Iemand die de vergunninghouder helpt bij werkzaamheden die geen betrekking hebben op handelingen waartoe de ringer volgens zijn vergunning wordt gemachtigd, wordt niet als assistent beschouwd (b.v. administratie in het veldboekje). De vergunninghouder blijft te allen tijde verantwoordelijk voor de werkzaamheden van zijn assistent.

Noodgeval
Een aantal vervelende ervaringen (bv. een vergunninghouder die met 25 helpers op pad is) hebben ertoe geleid dat het Vogeltrekstation bovengenoemde voorwaarde (maximaal één assistent) in de vergunning heeft gezet. Als een mistnet vol hangt en een regenbui dreigt acuut, zou de consequentie zijn dat de ringer zich niet mag laten assisteren door een tweede of derde persoon. Het risico is dan levensgroot dat hij de vogels niet tijdig uit het net krijgt en er dus vogellevens op het spel staan. Dat kan niet de bedoeling zijn! De gezondheid van de vogel heeft altijd voorrang! Dus wanneer zo'n noodsituatie zou ontstaan, hecht het Vogeltrekstation veel meer waarde aan de gezondheid van de vogels dan aan de strikte naleving van de bovengenoemde voorwaarde in uw vergunning. Het spreekt vanzelf dat bovengenoemde hulp uitsluitend toegepast kan worden in acute noodsituaties en dat dit nooit en te nimmer mag en kan leiden tot structurele assistentie van meer dan één persoon. Die noodsituatie moet zo duidelijk zijn dat er geen enkele discussie tussen de ringer en een controlerende instantie nodig is. Het criterium is: er staan vogellevens op het spel. De ringer dient zich achteraf grondig te bedenken hoe en waarom hij in zo'n situatie is gekomen en hoe hij dat in het vervolg kan vermijden.

Geldigheidsduur

De geldigheidsduur van de vergunning loopt in het algemeen van 1 maart tot 1 maart van het daarop volgende jaar.

Overtredingen

Onze handelswijze staat beschreven in beleid bij overtredingenHet vogeltrekstation staat altijd aan de kant van de wet. Een gewaarschuwd mens telt voor twee.