Voor het vangen en ringen van vogels voor wetenschappelijk onderzoek zorgt de overgang van de oude Vogelwet naar de nieuwe Flora- en faunawet nog steeds voor de nodige discussie.

Onder de Vogelwet heeft het Vogeltrekstation (voorheen De Ringcentrale) van het Ministerie van EL&I een mantelvergunning (vergunning nr.951, uitgereikt op 1 maart 1995) om onder eigen beheer en verantwoordelijkheid de individuele ringvergunningen uit te reiken, te wijzigen of in te trekken.

Die mantelvergunning is geldig tot "wederopzegging" en noch het Vogeltrekstation noch EL&I heeft die vergunning opgezegd. Op het Vogeltrekstation vinden (ook) wij het voor de hand liggend dat alle ringvergunningen worden aangepast aan de nieuwe Flora- en faunawet, maar de beslissing daarover moet, als vergunningverstrekker, komen van EL&I en die heeft dat nog niet gedaan.

De hierboven genoemde mantelvergunning is voor het Vogeltrekstation bindend en dus valt (met inachtneming van Artikel 123 sub 1. en sub 3. van de Flora- en faunawet) het vangen en ringen van vogels voor wetenschappelijk onderzoek op het ogenblik onder Artikel 114 van de Flora- en faunawet.

Daar staat onder sub.1:  "Vergunningen en ontheffingen verleend krachtens de Vogelwet 1936, de Jachtwet, artikel 25 van de Natuurbeschermingswet of de Wet bedreigde uitheemse dier- en plantensoorten blijven van kracht voor de tijd dat zij zijn verleend.".

Vandaar een zin van gelijkluidende strekking op alle individuele ringmachtigingen.