Ingevolge een voorwaarde in een individuele ringmachtiging kan het de ringer zijn toegestaan een genoemd aantal levende lokvogels te gebruiken. Met deze lokvogels wordt bedoeld: vogels die uit de natuur afkomstig zijn en die niet zijn voorzien van een gesloten pootring of iets dergelijks. Het is de ringer dan toegestaan deze lokvogels thuis, tijdens het vervoer en in het veld bij de vanginstallatie, onder zich te hebben.

AantalIn de Flora- en faunawet is het iedereen toegestaan om een ongelimiteerd aantal gekweekte vogels, voorzien van een voor de soort voorgeschreven passende naadloos gesloten pootring, te bezitten. Deze vogels zouden dus ook als lokvogels gebruikt kunnen worden.

Om te voorkomen dat bij een vanginstallatie een onbeperkt aantal levende lokvogels wordt gebruikt, wordt mag het totale aantal te gebruiken levende lokvogels bij de vanginstallatie niet meer zijn dan de som van de aantallen lokvogels, zoals die genoemd zijn in de ringmachtiging van iedere individuele ringer aanwezig op die vanginstallatie.

In de meeste gevallen bedraagt het maximale aantal lokvogels dat een ringer onder zich mag hebben 15. Alleen ten behoeve van een aantal specifieke vangprojecten, zoals het ganzenflappen, wilsterflappen en het vangen van eenden in de eendenkooi, kan het maximale aantal lokvogels hoger zijn.

Registratie

Vogeltrekstation is bezig een registratiesysteem voor lokvogels op te zetten. Dit systeem zal er uit bestaan dat iedere ringer een keer per jaar aangeeft hoeveel lokvogels, per soort, hij of zij onder zicht heeft, hoe deze gehuisvest zijn, en hoeveel er het afgelopen jaar zijn doodgegaan, vrijgelaten en nieuw gevangen. Zodra het registratiesysteem van kracht wodt krijgen ringers hierover bericht.