Algemeen

Af en toe wordt er in een land een vogelziekte geconstateerd die ter plaatse (grote) schade aanbrengt (februari 2004, vogelpest in Zuidoost Azië; augustus 2005, vogelgriep (H5N1) in noord-oost Kazachstan en Mongolië; september 2005 Roemenië). Van verschillende zijden wordt dan aan het Vogeltrekstation gevraagd een inschatting te geven over de mogelijkheden en risico's wat betreft het overbrengen van de ziekte door trekvogels.

Over besmettingsmogelijkheden, -gevaren en -waarschijnlijkheden kan het Vogeltrekstation zich niet uitlaten; dat is niet ons kennisgebied. Waar wij beroepshalve wél wat van weten zijn de trekwegen van vogels en dat is een risicofactor waar sommigen rekening mee houden.
Ervan uitgaand dat de ziekte op in het wild levende vogels kan worden overgebracht, zouden inderdaad trekvogels deze ziekte met zich mee naar Nederland kunnen nemen. Maar de vraag is dan onmiddellijk 'komen er wel trekvogels uit dat gebied naar Nederland ?

Vogelgriep H5N1 virus  

  • Augustus 2005, noord-oost Kazachstan
  • Mongolië.September 2005, Roemenië.

Er zijn veel verschillende stammen van het vogelgriepvirus (ten minste 135). Vele daarvan komen in lage frequenties voor bij wilde vogels, maar ze kunnen vooral bij vogels voorkomen die in en om het water leven. De meeste stammen hebben geen noemenswaardige effecten op de gezondheid van vogels. De stammen worden in twee types verdeeld op grond van hun pathogeniteit (het vermogen om ziek te maken) bij pluimvee (kippen, kalkoenen, ganzen enz.). Hoog pathogene stammen (waaronder H5N1) veroorzaken grote sterfte in de landbouw, maar zijn erg zeldzaam bij wilde vogels. De stam waarom het nu gaat (H5N1) is hoog pathogeen, maar was tot voor kort nooit bij wilde vogels waargenomen. Waarschijnlijk is deze stam ontstaan in de pluimveeteelt door recombinatie uit laagpathogene sub-types. Vervolgens heeft overdracht naar wilde vogels plaatsgevonden. Besmetting in pluimvee wordt bevorderd door de hoge dichtheden en het daaruit voortvloeiende intensieve contact van de vogels met elkaar en met uitwerpselen. In Zuid-Oost Azië kan pluimvee zich vaak mengen met wilde vogels (vooral waterwild), waardoor overdracht op wilde vogels bevorderd werd. Het H5N1 virus lijkt zich uit te breiden na de eerste gevallen in AziË eind 2003.

In de zomer van 2005 werd het geconstateerd in China, Kazachstan, Mongolië en verschillende delen van (zuid) Rusland. Volgens onze huidige kennis komen uit die gebieden geen trekvogels naar Nederland. De vogels terplaatse hebben een overwegend noord-zuid patroon in hun trekwegen en komen niet in West Europa terecht. Nederland biedt natuurlijk in de winter veel trekvogels uit Rusland een pleisterplaats, maar die vogels (voornamelijk eenden, ganzen en steltlopers) komen uit veel noordelijker regionen.

Eind september zijn er in de Donaudelta en Turkije vogels gevonden die zijn overleden aan een vogelgriep Op dit moment (10 oktober 2005) is nog niet duidelijk is of deze laatste twee ook de H5N1 stam betreffen.

Het is (nog) niet duidelijk hoe het virus zich verbreidt, maar het is mogelijk dat wilde watervogels hierbij een rol spelen. De situatie en onze kennis hierover verandert snel en onze inzichten kunnen derhalve veranderen als nieuwe gegevens beschikbaar komen. Op dit moment (10 oktober 2005) kunnen we vaststellen dat:

Er is (nog) geen bewijs dat wilde vogels het virus verbreid hebben, maar het is duidelijk een mogelijkheid.

Er zijn (nog) geen gevallen bekend waarbij het virus van wilde vogels op mensen is overgedragen. In alle gevallen waarin mensen besmet zijn met het H5N1 virus ging het om nauw contact met pluimvee. De kans op besmetting van mensen door wilde vogels is miniem tenzij er zeer veel nauw contact is met besmette vogels en hun uitwerpselen.

Het langeafstandsverkeer van pluimvee, pluimveeproducten en mensen die in deze sector werken vormen een veel groter risico op verspreiding dan wilde vogels.

Het is belangrijk om alert te blijven en extra aandacht te geven aan de normale hygiënische voorschriften. Vooral in en om het water levende vogels zijn betroffen (naast ganzen en eenden met name ook reigerachtigen, meeuwen e.d. en sommige roofvogels). Bij zangvogels is het virus tot dusver niet gevonden.

Bovenstaande informatie over het H5N1 virus is grotendeels een vertaling van de informatie over vogelgriep op de website van de BTO. 

  • Augustus 2004, Zuidoost Azië.

Over de vogelpest in Zuidoost Azië in augustus 2004 kan het Vogeltrekstation een duidelijke mening formuleren: volgens onze huidige kennis zijn er geen trekroutes bekend van Zuidoost-Azië naar West-Europa! En er is slechts een zeer beperkt aantal vogelsoorten (bv. roodmus, grauwe klauwier) welke vanuit Nederland een zuidoostelijke route neemt en overwintert in het Midden-Oosten of via het Midden-Oosten naar (noord-oost) Afrika trekt (Speek & Speek 1984, Wernham et al... 2002). En dan praten we over aantallen van (naar schatting) maximaal tienduizenden tegenover de tientallen miljoenen vogels in ons land die vanuit hun overwinteringsgebied in Zuidwest-Europa en (Noord)west-Afrika weer het voorjaar en de zomer bij ons komen doorbrengen. Bovendien is naar ons weten (16-feb-2004) geen vogelpest aangetoond in de overwinteringsgebieden van 'onze' trekvogels.

Ons beleid, ons draaiboek

Het Vogeltrekstation blijft met argusogen alle berichtgeving volgen (hopelijk doen onze vogelringers dat ook). Maar zolang de ziekte nog niet is aangetoond in gebieden waarmee 'onze' vogels via een trekroute in contact staan (of anderszins met vogels uit dat gebied in contact kunnen komen) is er geen reden voor actie. Zodra wij vinden dat daar wel een reden voor is neemt het Vogeltrekstation ogenblikkelijk contact op met alle ringers voor nadere instructies. Wij hebben daarvoor een draaiboek klaar liggen.

Literatuur

  • Speek B.J. & Speek G. 1984. Thieme's Vogeltrekatlas. Thieme, Zutphen. ISBN 90-03-98125-6
  • Wernham C., Toms M., Marchant J., Clark J., Siriwardena G. & Baillie S. (eds.) 2002. The Migration Atlas. Movements of the Birds of Britain and Ireland. Poyser, London. ISBN 0-7136-6514-9