Beperk het risico voor de vogel tot een minimum!

Risico's, stress, negatieve gevolgen

Het vangen en ringen van levende vogels ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek is, hoewel het op grote schaal plaatsvindt, geen vanzelfsprekendheid, zeker niet voor de vogel, die zeer waarschijnlijk de nodige stress daarvan ondervindt. Alhoewel de mogelijk negatieve effecten van de ring om de poot vaak moeilijk zijn na te gaan, kunnen ze zeker niet zomaar weggewuifd worden als onbetekenend. Het vangen van vogels moet nooit lichtvaardig worden opgevat en vereist een zorgvuldige afweging hoe de nadelige gevolgen voor de vogel tot een minimum kunnen worden beperkt.

Zo spoedig mogelijk weer loslaten

Om stress tot een minimum te beperken dienen de gevangen vogels zo spoedig mogelijk weer in vrijheid te worden gesteld. Als er geen bijzondere omstandigheden zijn wordt als vuistregel gehanteerd dat zangvogels binnen 30-60 minuten (afhankelijk van de grootte) na de vangst weer dienen te worden losgelaten. Niet-zangvogels zoals steltlopers, meeuwen en ganzen zijn veel robuuster en kunnen een verblijf van enkele uren, mits droog in bewaarkooien of tenten gehuisvest, goed doorstaan. Vangt u zoveel vogels tegelijkertijd dat u ze niet binnen een redelijke tijd kunt 'verwerken' dan dient u een aantal vogels ongeringd los te laten. Voor ringers met een speciale ganzen of Wilstervergunning geldt dat de gevangen vogels binnen 48 uur moeten worden losgelaten.

De formulering 'zo spoedig mogelijk loslaten' is bewust gekozen omdat het welbevinden van de vogels op de eerste plaats komt: (1) als een regenbui dreigt of al uit de lucht komt, is het verstandiger de vogels zolang op een koele, stille en donkere plaats te bewaren totdat de regenbui voorbij is; (2) als u 's avonds nog een aantal vogels hebt gevangen die losgelaten zouden moeten worden als het al donker is, kan (afhankelijk van de vogelsoort) worden overwogen die vogels gedurende de nacht op een koele, stille en donkere plaats te bewaren. Bij zonsopkomst dienen ze weer losgelaten te worden.

Het ringen van nestjongen

Het ringen van nestjongen is heel belangrijk, want alleen van deze vogels zijn de leeftijd en de geboorteplaats precies bekend. De kans op verstoring is bij het ringen van nestjongen waarschijnlijk groter dan bij het vangen van volwassen vogels, zodat u uiterst voorzichtig moet zijn. Verstoring van het nest wordt vaak veroorzaakt door de jongen te vroeg of te laat te ringen. Als de jongen enkele dagen uit het ei zijn, zijn ze in ieder geval nog niet geschikt om te worden geringd. NESTBLIJVERS zijn dan nog helemaal kaal en nog erg klein. Staan de jongen op uitvliegen dan is het te laat om ze te ringen, komt men bij het nest dan fladderen de jongen er vroegtijdig uit en zijn verloren, wil men die jongen weer terugplaatsen, dan springen ze er toch weer uit. Nestblijvers moeten daarom worden geringd als de slagpennen juist uit de bloedspoelen te voorschijn komen. De jonge vogels zijn dan nog niet in staat het nest vroegtijdig te verlaten en bovendien al zo groot dat de ringen nauwelijks meer te zien zijn en al zo zwaar dat de ouders het jong niet meer uit het nest kunnen gooien. Voor NESTVLIEDERS gelden andere normen. Hier geldt: hoe ouder - hoe beter. Heel kleine jongen ringt men dus niet, ze hebben te veel last van de ring, terwijl ook de kans bestaat dat de achterteen beklemd raakt tussen de ring en het loopbeen, waardoor het jong meestal omkomt. Als de ringer zijn werk goed doet hoeft het ringen van nestjongen dus geen verstoring te weeg te brengen. Hier geldt echter des te meer:

  • GEEN ENKEL RISICO NEMEN
  • NIET RINGEN in geval van twijfel

Het vangen van volgroeide vogels

Toen in 1911 het ringonderzoek in Nederland van start ging werden er aanvankelijk vrijwel alleen nestjongen geringd. Later begon men ook volgroeide vogels te vangen met slagnetten, klapnetjes en klepkooien. Nadat omstreeks 1957 de mistnetten hier hun intrede deden ging vooral de vangst van kleine zangvogels omhoog.
De belangrijkste voorwaarde bij de vangst is dat de vogel volkomen onbeschadigd blijft. Dit is niet alleen in het belang van de vogel maar evenzeer in het belang van het onderzoek. Er wordt immers onderzoek gedaan aan gezonde, wilde vogels, niet aan zieke of gewonde exemplaren.

Het vangen van volgroeide vogels bij het nest

Het is duidelijk dat de risico's hoger zijn als de vogel een nest moet verzorgen (nestbouw, eieren uitbroeden, jongen voeren). Zeker in de eerste twee genoemde fasen moet u niet proberen de oude vogels op of bij het nest te vangen. Sommige vogelsoorten kunnen broedend van het nest gepakt worden en geringd weer worden teruggezet (Kania 1992). Dit gaat onder meer goed bij mezen, bonte vliegenvangers en andere holenbroeders. Er zijn echter vogelsoorten, die zo'n ingreep niet verdragen en het nest in de steek laten. Als men met de soort niet goed bekend is neem dan in geen geval het risico van een mislukt broedsel. Is het een soort die er wel tegen kan, wacht dan in elk geval tot er halfwas jongen aanwezig zijn. De kans op verstoring is dan miniem. Probeer niet man en vrouw binnen een uur te vangen.

Kania W. 1992. Safety of catching adult European Birds at the nest. Ringers' opinion. The Ring 14(1-2).

Als u niet gedegen op de hoogte bent met de 'gevoeligheden' van de desbetreffende broedvogel:

  • PAK GEEN OUDE VOGELS MET DE HAND VAN HET NEST
  • VANG ZE NIET BINNEN HET BROEDTERRITORIUM.

Slecht weer

Vangen bij slecht weer brengt een verhoogd risico voor de vogels met zich mee. Regen kan een funeste invloed hebben op een gevangen vogel, die door de ringer nog niet uit het net of uit de kooi is bevrijd. Probeer dit risico te vermijden door niet te vangen bij regen of de vanginspanning dusdanig aan te passen dat dit verhoogde risico redelijkerwijs uit te sluiten valt. Doorvangen tijdens een regenbui kan uitsluitend wanneer de netten of kooien met grote regelmaat gecontroleerd worden zodat gevangen vogels direct bevrijd kunnen worden. Het is uw verantwoordelijkheid als ringer om in geval van regen de juiste inschatting te maken.

Ook bij zware mist kunnen de netten nat worden. Dit heeft voor de vogel die in zo'n net terecht komt het zelfde gevolg als een regenbui.

Lage temperaturen hoeven geen beletsel te zijn om toch vogels te vangen, zeker als er voldoende voedsel aanwezig is. Gaan die lage temperaturen vergezeld van hagel, sneeuw of ijzige wind dan heeft elke vogel het moeilijk en spreekt het vanzelf dat u ze, onder dergelijke barre omstandigheden, met rust laat. Probeer ook geen vogels te vangen die door slechte weersomstandigheden zijn verzwakt. In een strenge winter watervogels vangen bij een wak moet ook zeer worden ontraden, in de allereerste plaats vanwege de waarschijnlijk zwakke conditie van de vogels en in de tweede plaats omdat uw vangpogingen zeer waarschijnlijk negatieve reacties oproepen bij het publiek.

Mistnetten

In Nederland is al sinds ca. 1955 ervaring met het vangen van vogels met mistnetten. Het is gebleken dat het een veilige en effectieve manier is om vogels te vangen, mits in handen van ringers die op de juiste wijze hiervoor opgeleid zijn. Echter in ongeoefende handen kan dit vangmiddelen grote schade aan vogels toebrengen en daarom er is een uitgebreide en langdurige opleiding nodig alvorens een ringer veilig met dit vangmiddel kan omgaan. Bovendien zijn er belangrijke aanwijzingen en regels waaraan de mistnet-ringer zich moet houden. Laat de ringer na zich aan deze richtlijnen te houden dan kan dat tot disciplinaire maatregelen leiden.

  • Eenmaal opgezet moet er voldoende overzicht over de mistnetten worden gehouden. In sommige omstandigheden moeten de netten altijd in beeld van de ringer zijn, b.v. in terreinen waar publiek altijd toegang heeft. Vaak is het voldoende als alleen de toegang tot de netten in beeld blijft, zodat onaangekondigde bezoekers onmiddellijk worden opgemerkt. In terrein waar het publiek vrij toegang heeft is het aan te bevelen informatiebordjes op te hangen om uit te leggen wat er gaande is.
  • De netten moeten regelmatig worden gecontroleerd om te zien of er vogels in zijn gevangen. Onder ideale omstandigheden behoren de netten minimaal 1x per uur te worden gecontroleerd. Meer controles dan 1x per uur zijn nodig als:
    • er veel en vaak vogels worden gevangen, speciaal bij soorten die zich makkelijk verwarren zoals als Winterkoning en mezen,
    • het erg koud is, want vogels hebben dan meer tijd nodig om voedsel te zoeken,
    • het erg warm is, of als de netten in de volle zon staan,
    • het erg mistig is,
    • bij harde wind, want daardoor kan een vogel veel meer dan gebruikelijk verward in het net komen,
    • het regenachtig is en de netten vochtig zijn, daar zijn zangvogels zeer gevoelig voor omdat die hangend in een mistnet hun veren niet droog kunnen houden,
    • er predatoren in de buurt kunnen zijn, zoals roofvogels, vossen of katten; of mensen (met honden) die al of niet opzettelijk bij de netten kunnen komen,
    • er vogels in de buurt nestelen.
  • Als de netten worden gecontroleerd is het belangrijk dat alle banen, speciaal de onderste, zorgvuldig worden bekeken; zeker kleine vogels ziet men makkelijk over het hoofd, vooral aan de uiteinden van een baan.
  • Om alle netten regelmatig te kunnen controleren mogen nooit meer netten worden uitgezet dan de aanwezige ringer(s) kunnen behappen. Houdt altijd rekening met een onverwacht grote vangst! Zeker als een ringer alleen 'werkt' moet hij goed op de hoogte zijn van zijn van de hoeveelheid vogels die hij alleen kan verwerken. Dit aspect heeft op trainingen en opleidingen altijd grote aandacht.

Vogels uit een mistnet halen     

Vogels uit een mistnet bevrijden vereist techniek, handvaardigheid en veel geduld. Het is belangrijk voor mistnet-ringers om te realiseren dat het efficiënt en veilig uithalen het best bereikt wordt door te allen tijde kalm te blijven. Persoonlijke factoren als stress, ziekte en alcohol hebben een zeer nadelige invloed op de kunde om vogels uit een mistnet te halen. Het kan nauwelijks genoeg worden benadrukt dat geduld een van de belangrijkste factoren is. Het is duidelijk dat de vogels zo snel mogelijk uit het net gehaald moet worden, maar "haastige spoed is zelden goed" bij dit werk.

Elke vogel in een mistnet is een uniek probleem. De uithaaltechniek moet geleerd worden door het veel te doen onder de supervisie van een zeer ervaren 'mistnetter'. Er zijn een aantal principes en richtlijnen:

  1. De eerste stap is om te bepalen van welke kant de vogel in het mistnet is terecht gekomen. Van die zijde start natuurlijk de actie. Het uithalen is het omgekeerde van hoe de vogel in het net is terecht gekomen en vereist kalmte en een methodische aanpak.
  2. Om te zien hoe een vogel precies in het net verwikkeld zit, is het vaak goed het net met duim en vingers van beide handen rond de vogel een beetje aan de kant te krijgen, voor het werkelijke uithalen begint.
  3. Om de vogel te bevrijden houdt 'm veilig vast zodat hij zichzelf niet kan verwonden. Gebruik daarvoor de ringer's grip of de reversed ringer's grip, of houdt de vogel vast bij het gewricht bovenaan de tarsus (het kniegewricht). N.B. Houdt waders niet bij het kniegewricht vast, die zijn bij deze manier van vasthouden zeer gevoelig voor stress.
  4. Begin met de buik vrij te maken en daarna één voor één beide tenen en tarsus te ontwarren. Soms helpt het als de poten worden gestrekt waardoor de vogel zichzelf probeert te bevrijden en daardoor zijn poten vrijmaakt. Het helpt soms ook de vogel zachtjes op zijn buik te blazen.
  5. Sommige soorten (bv. vinken, gorzen, rietzangers en zwaluwen) liggen vaak rustig in het net en kunnen m.b.v. de (reversed) ringer's grip ineens uit het net worden gepakt, waarbij het net over lijf en hoofd wordt gehaald.
  6. De meeste vogels zijn echter verstrengeld met het net! Vindt eerst de buik en 'prepareer' die vrij. Til de vogel dan zo spoedig mogelijk uit de netzak, zodat vrijgemaakt net van de vogel weg valt (maar let goed op dat het nog aan de vogel vastzittende net niet op spanning staat). Maak het net los van de tenen en poten, daarna de vleugels en til het net over de kop.
  7. Pas bijzonder op tijdens het uithalen dat ledematen en gewrichten niet in onnatuurlijke houdingen worden gebracht, dat kan verwondingen en/of stress veroorzaken. Veren kunnen voorzichtig een beetje worden gebogen.
  8. Wanneer de vogel telkens maar met zijn vleugels slaat dan kan dat leiden tot stress. Probeer dat, als het even kan, te voorkomen, zeker bij Groenlingen en Goudvink, die zijn daar gevoelig voor.
  9. Als de vogel door zijn "eigen mistnet-zak" heen ook nog verward is in een ander stuk net, dan moet ie eerst uit het andere stuk worden gehaald, vaak moet dat gebeuren vanaf de andere kant van het mistnet.
  10. Kleine soorten, speciaal de Winterkoning, steken soms een vleugel volledig door een maas en draaien zichzelf dan om en om. Houdt de vogel vast in de ringer's grip, draai rustig terug, prepareer de buik vrij, maak de poten los en bevrijdt de vogel.
  11. Geen enkele maaswijdte is geschikt voor alle soorten. Zanglijster en Koperwiek willen nog al eens één maas over de vleugelboeg hebben en diezelfde maas ook onder de duimvleugel. De vleugel strekken kan dan niet en of de vleugelboeg of de duimvleugel moet dan eerst worden vrij gemaakt. het gebogen uiteinde van een torn-mesje (om stiksels los te maken) wil nog wel eens van dienst zijn.
  12. In een enkel geval moet er een maas worden doorgeknipt, ook dan biedt een torn-mesje goede dienst. Het druist nogal in tegen de trots van een ervaren mistnetter om een maas door te knippen, maar het welzijn van de vogel gaat echt voor. Wanneer het uithalen veel langer dan normaal duurt, of de vogel vertoont stress verschijnselen, dan moeten er één of twee mazen worden doorgeknipt.

(Bron: Redfern & Clark 2001. Ringers' Manual. Thetford, BTO)

Meikever

Een meikever komt ook wel eens in het mistnet terecht, dat vinden de meeste ringers 'niet leuk' en meestal overleeft zo'n meikever dat niet. Toch wel jammer eigenlijk. Nochtans is er een goede techniek voor wie handig is (wie dat niet is, moet eigenlijk geen vogels met mistnetten ringen). Daarom is wel een instrument nodig: namelijk een doodgewone speld of naald.in 90% van de gevallen is de meikever in het mistnet blijven 'steken' omdat er een draad tussen de open dekvleugel de vliezige vleugel en het lichaam is blijven steken, bij het sluiten van de vleugels. Daarna is het insect beginnen te woelen: een mooie netdraadkluwen tussen zijn poten is het resultaat van zijn bewegingen. Goed kijken aan welke kant de kever gevangen werd aan de dekvleugel  Met de speld of naald eerst aan de *andere* kant beginnen met de draden die tussen de poten zitten los te peuteren, totdat enkel de draad die klem zit tussen de dekvleugel en het lichaam nog blijft. Dan zachtjes de dekvleugel oplichten en de draad met de speld rond die trekken en klaar is Kees. Goed met de speld rond de poten draaien want die poten hebben vervelende haakjes aan de basis. Met een beetje gewoonte lukt me dat in een tijdspanne van een halve minuut tot een minuut. Minder lang dan bij een goed verstrengelde pimpelmees of winterkoning. Deze techniek kan ook voor andere insecten (coleoptera) o.a. mestkevers gebruikt worden.

(Bron: Philippe Schepens, Bird Ringing Group nr 15 ("Zeebrugge"), België)

Vleermuis

Soms komt er een vleermuis in het mistnet terecht. Het uithalen ervan is in principe dezelfde techniek. Zorg dat u niet wordt gebeten want vleermuizen kunnen ziekten overbrengen.

Volle netten

Het zal elke ringer wel eens in zijn leven overkomen dat onverwacht de netten zo vol hangen met vogels, dat hij het met moeite aankan. Het komt sporadisch voor maar u moet er op bedacht zijn en het volgende doen:

  • Kalmte bewaren.
  • Eerst alle netten waar geen vogels in zitten sluiten opdat er niet nog meer vogels worden gevangen.
  • De gevangen vogels rustig uithalen en opbergen of meteen loslaten. Steeds als er een net leeg is sluit u dat. U ziet dus voor uw ogen het aantal vogels in de netten minder worden zonder dat er de kans bestaat dat er nog nieuwe worden gevangen.
  • Na het uithalen van de laatste vogels eerst alle dieren ringen en vrij laten. Pas daarna de netten weer geheel of gedeeltelijk vangklaar maken.
  • Hangen er zoveel vogels in de netten dat u meteen ziet dat u ze niet allemaal kunt ringen, of u ziet dat er een regenbui dreigt, dan doet u niets anders dan de vogels bevrijden en los te laten zonder ze te ringen. Dat is de snelste manier om een net leeg te krijgen. Ook hierbij vooral niet vergeten om de leeg gekomen netten te sluiten.
  • Neem altijd een "mobieltje" mee, dan kun je assistentie inroepen.

Pootstrikken / bal-chatri

Het vangen van vogels en zoogdieren met pootstrikken is al eeuwenoud en wordt ook in de huidige tijd nog regelmatig gebruikt om vogels te vangen om ze te ringen. Voor degenen die niet van deze vangtechniek op de hoogte zijn is het een zeer onaangenaam gezicht een vogel liggend op de grond te zien spartelen terwijl hij vast zit in strikken. Indien correct toegepast (dat moet natuurlijk altijd) hoeft deze vangtechniek de vogel niet meer stress te bezorgen dan volgens de wet aanvaardbaar is. U als ringer dient er terdege rekening mee te houden dat het publiek zeer afkeurend kan reageren om dit vangmiddel. U dient dan ook alle voorzorgsmaatregelen te nemen om contact met publiek te voorkomen en indien toch, zeer volledige uitleg te geven.