In Nederland is al sinds ca. 1955 ervaring met het vangen van vogels met mistnetten. Het is gebleken dat het een veilige en effectieve manier is om vogels te vangen, mits in handen van ringers die op de juiste wijze hiervoor opgeleid zijn.

Echter in ongeoefende handen kan dit vangmiddelen grote schade aan vogels toebrengen en daarom er is een uitgebreide en langdurige opleiding nodig alvorens een ringer veilig met dit vangmiddel kan omgaan. Bovendien zijn er belangrijke aanwijzingen en regels waaraan de mistnet-ringer zich moet houden. Laat de ringer na zich aan deze richtlijnen te houden, dan kan dat tot disciplinaire maatregelen leiden.

Eenmaal opgezet moet er voldoende overzicht over de mistnetten worden gehouden. In sommige omstandigheden moeten de netten altijd in beeld van de ringer zijn, b.v. in terreinen waar publiek altijd toegang heeft. Vaak is het voldoende als alleen de toegang tot de netten in beeld blijft, zodat onaangekondigde bezoekers onmiddellijk worden opgemerkt. In terrein waar het publiek vrij toegang heeft is het aan te bevelen informatiebordjes op te hangen om uit te leggen wat er gaande is.

De netten moeten regelmatig worden gecontroleerd om te zien of er vogels in zijn gevangen. Onder ideale omstandigheden behoren de netten minimaal 1x per uur te worden gecontroleerd. Meer controles dan 1x per uur zijn nodig als: er veel en vaak vogels worden gevangen, speciaal bij soorten die zich makkelijk verwarren zoals als Winterkoning en mezen, het erg koud is, want vogels hebben dan meer tijd nodig om voedsel te zoeken, het erg warm is, of als de netten in de volle zon staan, het erg mistig is, bij harde wind, want daardoor kan een vogel veel meer dan gebruikelijk verward in het net komen, het regenachtig is en de netten vochtig zijn, daar zijn zangvogels zeer gevoelig voor omdat die hangend in een mistnet hun veren niet droog kunnen houden, er predatoren in de buurt kunnen zijn, zoals roofvogels, vossen of katten; of mensen (met honden) die al of niet opzettelijk bij de netten kunnen komen, er vogels in de buurt nestelen.

Als de netten worden gecontroleerd is het belangrijk dat alle banen, speciaal de onderste, zorgvuldig worden bekeken; zeker kleine vogels ziet men makkelijk over het hoofd, vooral aan de uiteinden van een baan. Om alle netten regelmatig te kunnen controleren mogen nooit meer netten worden uitgezet dan de aanwezige ringer(s) kunnen behappen. Houdt altijd rekening met een onverwacht grote vangst! Zeker als een ringer alleen 'werkt' moet hij goed op de hoogte zijn van zijn van de hoeveelheid vogels die hij alleen kan verwerken. Dit aspect heeft op trainingen en opleidingen altijd grote aandacht.

Het gebruik van geluid bij het aantrekken van nachttrekkers

Het geluid van zingende vogels kan een aantrekkende werking uitoefenen op trekkende of zich in de buurt ophoudende vogels. Bij enkele soorten kan het gebruik van soort specifiek geluid de vangkans verhogen. Aan het gebruik van geluid kleven echter ook nadelen en eventueel risico’s. Zo kan het gebruik van geluid tijdens de najaarstrek de verhoudingen tussen soorten, leeftijden en geslachten van de gevangen vogels beïnvloeden, waardoor de vangsten geen goede representatie zijn van de trekkende vogels. Het gebruik van soort specifiek geluid zou mogelijk ook tot verstoring kunnen leiden.

Het standpunt van het Vogeltrekstation inzake het gebruik van geluid is als volgt:

Overdag:

  • Vooralsnog geen limitering. Binnen CES en Ring-MUS is het gebruik van geluid echter verboden.

's Nachts:

  • Op roestplaatsen mag geluid worden gebruikt tot één uur na zonsondergang en vanaf één uur voor zonsopkomst.
  • Vogels die normaal ‘s nachts actief zijn mogen het gehele jaar ‘s nachts gelokt worden met versterkers tot maximaal 10 Watt.
  • Nachttrekvogels mogen niet eerder worden gelokt dan vanaf één uur voor zonsopkomst. Er mag dan alleen geluid worden afgespeeld van vogelsoorten die ook zonder geluid in die tijd van het jaar in dat terrein gevangen worden. Omdat duidelijk meer vogels per net gevangen kunnen worden dient het aantal netten beperkt te zijn, dan wel er dienen genoeg ringmachtiginghouders aanwezig te zijn.

Literatuur

Drent P.J. 1990. Het gebruik van geluid bij het aantrekken van nachttrekkers. Het standpunt van het Vogeltrekstation. Op Het Vinkentouw 59: 20-22.

Schaub, M., Schwilch, R. & Jenni, L. (1999) Does tape-luring of migrating Eurasian Reed Warblers increase number of recruits or capture probability. The Auk 1 16, 1047-1053.