Het vangen en ringen van vogels is gebonden aan voorschriften en regels.

Vogels mogen uitsluitend gevangen worden door mensen die in het bezit zijn van een geldige ringmachtiging van het Vogeltrekstation. In die machtiging staat precies omschreven welke vogelsoorten waar en in welk kader gevangen mogen worden. Bovendien worden de vangmiddelen die de ringer mag gebruiken vermeld.

De ringmachtigingen worden afgeven onder een raamvergunning die door het toenmalige Ministerie van LNV (nu Economische Zaken) is afgegeven aan het NIOO-KNAW. Als ringer bent u gehouden aan de Wet Natuurbescherming.

Het welzijn van de vogels is bij het vangen en ringen van het grootste belang. Ringers dienen precies te weten hoe de vangmiddelen gebruikt moeten worden en welke gedragsregels daarbij gelden. Extra voorzichtigheid is bijvoorbeeld geboden bij slechte weersomstandigheden, bij kwetsbare vogelsoorten of tijdens het broedsizoen.

Een goede relatie met het publiek is een belangrijk onderdeel van het ringen. Vangen en ringen is een door de wet goedgekeurd hulpmiddel bij wetenschappelijk onderzoek, maar het is duidelijk dat de publieke opinie van grote invloed kan zijn als onwetend publiek niet correct word te woord gestaan.

Vangen en ringen dienen een wetenschappelijk doel en ringers hebben de plicht de bedoelingen van hun activiteiten uit te leggen aan geïnteresseerd publiek. Om het publiek te laten zien wat we doen worden op veel ringstations excursies verzorgd waarbij het publiek van dichtbij in aanraking komt met het ringwerk.

Op verzoek van het Vogeltrekstation heeft de Ringersvereniging een advies over de opleiding en certificering van ringers uitgebracht. Opleiding en certificering zullen de komende jaren gefaseerd worden aangepast op basis van dit advies. Download het advies.