De vogels, de belangrijkste 'deelnemers'

  1. Het welzijn en de gezondheid van de vogels komt altijd op de eerste plaats.
  2. Als er iets anders een rol gaat spelen, wat dan ook, treedt altijd Regel 1 weer in werking.
  3. Vogels met een ring van 2.0 mm worden, als het even kan, niet aan de deelnemers van de certificering doorgegeven, maar onmiddellijk na het ringen losgelaten. Als er voor gekozen wordt toch zo'n vogel aan te brengen, bv. om het verschil Fitis - Tjiftjaf duidelijk te maken, dan mag die vogel slechts gehanteerd worden door twee (2) personen en dat mag maximaal vijf (5) minuten duren.
  4. Vogels met een ring van 2.3 mm mogen door maximaal drie (3) deelnemers worden gehanteerd en dat mag in totaal maximaal acht (8) minuten duren.
  5. Vogels met een ring van 2.8 mm en groter mogen door maximaal vier (4) deelnemers worden gehanteerd en dat mag in totaal maximaal tien (10) minuten duren.

De gastheer, verplichtingen

  1. Stelt op deze dag zijn vangplaats ter beschikking aan het Vogeltrekstation.
  2. Hij draagt zorg voor een goede en vlot lopende organisatie rond het vangen van de vogels, het ringen en het overdragen aan de deelnemers.
  3. De gastheer heeft deze dag een voorbeeldfunctie. Alle materialen die ter plaatse worden gebruikt (ringtang, afneemtang, lineaal, pesola/weegschaal, schuifmaat, vogelzakjes) moeten technisch in uitstekende staat verkeren en moeten voldoend aan de huidige eisen van kwaliteit (zeer recent gewassen vogelzakjes is 'geen slecht idee').
  4. Stelt een zodanige plaats(ing) voor de deelnemers ter beschikking dat die niet interveniëert met het vangen en ringen van de vogels.
  5. Geeft aan het einde van de bijeenkomst uitleg en rondleiding op zijn vangplaats.

Het Vogeltrekstation, algemene leiding, verantwoordelijkheden

  1. Is eindverantwoordelijk voor de organisatie en verloop van deze bijeenkomst.
  2. Zij kan, na ruggespraak met de gastheer (maar de mening van Vogeltrekstation is doorslaggevend), niet uitgenodigde personen en ongewenste zaken bij de certificeringsdag weren.
  3. Zij kan, na ruggespraak met de technische leiding en de gastheer (maar de mening van Vogeltrekstation is doorslaggevend), bij ongewenst gedrag, wangedrag of bij onvoldoende zorgplicht voor de vogels (art.2 FFwet), de desbetreffende persoon uitsluiten van verdere deelneming aan de dag.
  4. Aan het einde van de bijeenkomst houdt zij, samen met de technische leiding, een evaluatie waar alle aspecten van deze dag en ook de getoonde kwaliteiten van de deelnemers de revue passeren.
  5. Zij kan, mede op advies van de technische leiding, een deelnemer mededelen dat deze gedurende deze dag onvoldoende vaardigheden heeft getoond. De deelnemer wordt daarvan schriftelijk, gemotiveerd, op de hoogte gesteld uiterlijk drie weken na de bijeenkomst.

De Ringersvereniging, verantwoordelijkheden

  1. Op elke certificeringsbijeenkomst is een bestuurslid (of afgevaardigde) van de Ringersverenging aanwezig.

De technische leiding, taken

  1. Ziet met grote nauwkeurigheid toe op het toepassen het allereerste punt op dit protocol: "de vogels zijn de belangrijkste deelnemers" en heeft de grootste aandacht voor de volgende vier punten.
    1. vogels met een ring van 2.0 mm worden, als het even kan, niet aan de deelnemers van de certificering doorgegeven, maar onmiddellijk na het ringen losgelaten. Als er voor gekozen wordt toch zo'n vogel aan te brengen, bv. om het verschil Fitis - Tjiftjaf duidelijk te maken, dan mag die vogel slechts gehanteerd worden door twee (2) personen en dat mag maximaal vijf (5) minuten duren.
    2. vogels met een ring van 2.3 mm mogen door maximaal drie (3) deelnemers worden gehanteerd en dat mag in totaal maximaal acht (8) minuten duren.
    3. vogels met een ring van 2.8 mm en groter mogen door maximaal vier (4) deelnemers worden gehanteerd en dat mag in totaal maximaal tien (10) minuten duren.
    4. heeft de deelnemer of de technische leiding de indruk dat een vogel niet meer fit is, dan dient de vogel onmiddellijk los te worden gelaten, onafhankelijk of de deelnemers gegevens hebben genoteerd. Bij verschil van mening is die van de technische leiding doorslaggevend.
  2. Geeft deze dag bijzondere aandacht aan de deelnemers wat betreft (en kan voorbeeldig demonstreren):
    1. hoe de vogel vast te houden (ringers-grip en reversed-grip),
    2. hoe de vogel in andere handen over te dragen,
    3. hoe biometrie (vleugelmaat/P8/tarsus/gewicht) wordt gemeten,
    4. hoe een vogel uit het mistnet gehaald moet worden.
  3. Geeft aan dat de deelnemers:
    1. afzonderlijk van elkaar de vogelsoort, leeftijd en sexe bepalen,
    2. afzonderlijk van elkaar per vogel één (alternerend) biometrisch gegeven vastleggen,
    3. gezamenlijk, per tafel, dat biometrische gegeven vergelijken en bij grotere verschillen de technische leiding er bij halen om te zien wat de oorzaak is.
  4. Heeft respect en begrip voor de deelnemers. Deelnemers zijn belangrijke mensen binnen de ringerswereld. Hoewel van ze verwacht wordt deze dag 'hard te werken' verdienen ze dezelfde consideratie en respect als de meest ervaren ringer.
  5. Begrijpt wat 'leren' betekent. Wees niet te snel in uw aanwijzingen, omdat die voor u 'gesneden koek' zijn, maar niet voor de deelnemer. Leren betekent nieuwe onderwerpen ontmoeten en dat gaat stap voor stap.
  6. Heeft geduld. Nieuwe items aanleren zorgt er soms/meestal voor dat de deelnemer onder druk komt te staan en daardoor zenuwachtig kan worden. Wees daar voorzichtig mee, want druk kan fouten veroorzaken.
  7. Is onpartijdig. Uit zijn/haar handelingen moet blijken dat de technische leiding alle deelnemers op dezelfde manier tegemoet treedt.
  8. Zijn/haar integriteit mag niet ter discussie staan. De technische leiding heeft nadrukkelijk een voorbeeldfunctie deze dag. Zijn/haar kennis en kunde wat betreft vangen en ringen, instructeur zijn en persoonlijk gedrag mogen geen aanleiding tot vragen geven.
  9. Dient overzicht te houden en daarmee controle op alle deelnemers.
  10. Geeft positief-kritische opmerkingen en schroomt niet om deelnemers constructief te 'vragen' hun handelswijze bij te sturen.
  11. Geeft extra aandacht aan deelnemers daar waar biometrische verschillen gemeten worden.
  12. Deemt deel aan de evaluatie aan het einde van de dag.

De deelnemer, do's en don'ts

  1. Dient het gehele programma van de bijeenkomst te volgen.
  2. Volgt de aanwijzigen van de technische leiding op, en voert uit.
  3. Schroomt niet te kennen te geven wanneer eigen kennis en kunde enige aanvulling behoeft (het is een dag om te leren).
  4. Zorgt er samen met de andere deelnemers mede voor dat de maximale hanteringstijd per vogel niet overschreden wordt.
  5. Neemt afzonderlijk van de andere deelnemers de vereiste gegevens op en vergelijkt deze met de anderen aan tafel, zodat binnen de gestelde tijd een meting opnieuw kan worden uitgevoerd.
  6. Schroomt niet om bij verschillen de mening en advies van de technische leiding te vragen.
  7. Neemt eigen meetinstrumenten en voldoende schrijfgerei mee. Deze meetinstrumenten dienen aan de standaard kwaliteits-eisen te voldoen (bv. geen naaimeetlint of opgeplakt grafiekpapier (wel een metalen lineaal met eindstop en een schuifmaat), geen pesola van 250 gram voor vogels van 25 gram).
  8. Neemt geen onuitgenodigde personen/huisdieren enz. mee naar de certificeringsdag.
  9. Dat ringers van een bepaalde vanggroep of uit een bepaalde regio gezamenlijk naar een certificeringsbijeenkomst gaan is begrijpelijk en daar is 'niks mis mee'. Op die bijeenkomst worden die ringers, zoveel als mogelijk is, niet bij elkaar in één groep gezet omdat ze elkaar in hun thuis situatie ook al op de vingers kijken.

Algemeen

  1. Een initiatief tot afzegging van de gehele bijeenkomst (slecht weer, andere bijzondere omstandigheden) wordt uitsluitend genomen door Vogeltrekstation, die daartoe ruggespraak heeft met de contactpersoon van de gastheren. De deelnemers worden dan zo spoedig mogelijk door de algemene leiding (Vogeltrekstation of namens Vogeltrekstation) telefonisch op de hoogte gebracht, uiterlijk tot ca. 21 uur op de laatste avond voor de bijeenkomst. 
  2. Naambadges moeten zichtbaar gedragen worden door iedereen, behalve voor de gastheren (want die lopen langs de mistnetten en een badge blijft daar gemakkelijk in haken). Naambadges verminderen niet alleen pijnlijke vragen als je voor de zoveelste keer moet vragen 'hoe heet je ook al weer', maar maken ook door middel van verschillend gekleurde badges, de rol duidelijk die de desbetreffende persoon die dag heeft (deelnemer, technische leiding, bestuur Ringersvereniging, algemene leiding).