Nijmegen 23 maart 2012 - De laatste feiten over de Nederlandse broedvogelstand zijn gepresenteerd in een recent verschenen broedvogelrapport van SOVON. De gegevens zijn verzameld door zo'n 1.700 vrijwilligers in het kader van het Netwerk Ecologische Monitoring. De resultaten van het CES project van Vogeltrekstation en SOVON maken ook deel uit van de rapportage. Opvallend in 2010 was de invloed van de koude winter van 2009/10, de koudste sinds de strenge winter van 1996/97. Het koude winterweer heeft een nadelig effect gehad op verschillende vogelsoorten.

Zoals bijvoorbeeld de winterkoning. Ondanks dat de winterkoning behoort tot de top-tien van talrijkste broedvogels in Nederland, bevindt de stand zich nu op het niveau van 1984. In koude en sneeuwrijke winters kan de populatie landelijk halveren en zelfs lokaal instorten. Vooral volwassen winterkoningen sterven in koude winters. Gegevens uit het CES project wijzen uit dat in milde winters zo'n 40% van de volwassen winterkoningen overleeft, in echte koude winters slechts zo'n 10%.

 

Winterkoning - Verband tussen veranderingen van jaar op jaar in de BMP-index en de strengheid van de voorafgaande winter (IJnsen-getal). Een 'verandering'van 1 indiceert een gelijkblijvende stand; een verandering van 1.1 betekent 10% toename (Broedvogels in Nederland 2010)

In het broedvogelrapport worden ook gegevens gepresenteert over de jaarlijkse variatie van broedsucces en overleving van verschillende vogelsoorten. Deze informatie wordt verkregen dankzij de inzet van ringers binnen het Constant Effort Site (CES) project. Zoals gezegd wordt de overleving van winterkoning sterk beinvloed door koud winterweer. Maar er blijkt bij de winterkoning geen verband te zijn tussen het broedsucces en kou. Oftewel, strenge winters leiden niet tot merkbare problemen bij de oudervogels om eieren te produceren of voedsel te vinden voor hun jongen in het volgende voorjaar.

Het volledige broedvogelrapport is te downloaden als pdf.

 

Foto: Luc Hoogenstein, Saxifraga.