Nijmegen 9 juli 2014 - Insectenetende vogels gaan sterker achteruit in gebieden met hoge concentraties van het insecticide imidacloprid in het oppervlaktewater. Dit blijkt uit een analyse van gedetailleerde gegevens over milieufactoren en trends van algemene insectenetende vogels in het boerenland. Het wetenschappelijk tijdschrift Nature publiceerde de studie van biologen van de Radboud Universiteit en van Sovon Vogelonderzoek Nederland. Het onderzoek werd gezamenlijk uitgevoerd in het kader van het nieuwe samenwerkingsverband CAPS, waarvan naast Radboud en Sovon ook Vogeltrekstation, NIOO en Vogelbescherming deel uitmaken.

Veel vogels die afhankelijk zijn van het boerenland lopen al jaren in aantal terug. Er zijn echter verschillen in teruggang van gebied tot gebied. De Nijmeegse biologen hebben deze verschillen gerelateerd aan de gehaltes van de insectenwerende neonicotinoïde imidacloprid in het water en vergeleken met de invloed van diverse andere factoren, zoals veranderingen in landgebruik. Die laatste blijken veel minder invloed te hebben.

Duidelijke trend
De onderzoekers vonden een duidelijke trend: waar de hoeveelheid imidacloprid in het oppervlaktewater boven de 20 nanogram per liter komt, nemen de vogels in aantal af en naarmate de hoeveelheid hoger is, is de afname groter. ‘De lokale verschillen in afname van het aantal vogels zien we bovendien niet terug in de tellingen van vóór de introductie van imidacloprid in 1995 in Nederland’, zegt Ruud Foppen van Sovon.

Effect op ecosysteem
Het is voor het eerst dat er een correlatie wordt gevonden tussen de achteruitgang van populaties gewervelde dieren en de concentratie van imidacloprid in het oppervlaktewater. Imidacloprid is een insectenwerend middel uit de klasse neonicotinoïden en is wereldwijd een van de meest gebruikte insecticides. Het bestrijdingsmiddel wordt in verband gebracht met de afname van het aantal bijen en andere insecten en ongewervelden.

Hoe de teruggang van de vogels precies tot stand komt, weten de onderzoekers nog niet. Gebrek aan eten? Vergiftiging via vergiftigde insecten? Directe vergiftiging door het eten van behandeld zaad?
‘Neonicotonoïden werden altijd als selectief werkende gifstoffen beschouwd. Maar onze resultaten doen vermoeden dat het doorwerkt in het hele ecosysteem. Dit onderzoek laat zien hoe belangrijk het is om goede velddatasets te hebben en wetenschappelijk te analyseren. Door onze samenwerking met organisaties als Sovon ontdekken we ecologische effecten die anders over het hoofd worden gezien,’ zegt de Kroon.

In de studie is gekeken naar 15 algemeen voorkomende insecteneters: bosrietzanger; rietzanger; kleine karekiet; veldleeuwerik; graspieper; geelgors; spotvogel; boerenzwaluw; gele kwikstaart; ringmus; fitis; roodborsttapuit; spreeuw; grasmus; grote lijster. Daarvan zijn voldoende data om trends in aantallen te kunnen bepalen. Iedere drie jaar gaat de populatie vogels tien procent achteruit in gebieden waar de hoeveelheid imidacloprid in het oppervlaktewater boven de 20 nanogram per liter komt.

Bekijk hier een filmpje over het onderzoek:

 

Caspar A. Hallmann et al: Declines in insectivorous birds are associated with high neonicotinoid concentrations, Nature 9 juli 2014 DOI: 10.1038/nature13531