Wageningen 10 januari 2012 - De besmettelijke vogelziekte Thrichomonas gallinae, ook wel bekend als het geel, is op meerdere plaatsen in Nederland vastgesteld. Het is denkbaar dat ringers vogels met het geel in handen krijgen. De ziekte is echter NIET overdraagbaar op mensen. Het is belangrijk om tijdens de ringactiveiten de conditie van de vogels in de gaten te houden. U kunt hierbij letten op kortademigheid, traag en moeizaam wegvliegen van de vogel, vermagering en warrige verendek. In een gevorderd stadium is de ziekte ook herkenbaar aan een groot kazig abces in de keelholte. Het is dan ook aan te raden om deze vogels niet te ringen.  Voor meer informatie over het geel kunt u een factsheet met informatie downloaden.

Het geel komt voornamelijk voor bij tortelduiven, maar het is ook geconstateerd bij zangvogels zoals de merel, groenling en de huismus. Mocht u in uw eigen tuin vogels zien die symptomen van het geel vertonen dan kunt u dit doorgeven aan het Dutch Wildlife Health Centre (DWHC - tel. 030-253 7925), zodat zij inzicht krijgen in de verspreiding van de ziekte in Nederland. Als u dode vogels vindt die voldoen aan de symptomen van het geel, dan kunt u contact opnemen met het DWHC, zij kunnen de vogel dan ophalen en onderzoeken. Bewaar de overleden vogel op een koude plaats maar niet in de vriezer, want dan vriezen de cellen kapot en kan de vogel niet meer onderzocht worden. Indien u een ringer bent kunt u dit aangeven bij de melding. Alle dood gevonden vogels kunnen gemeld worden bij SOVON. Hiervoor kunt u gebruik maken van een digitaal invoer formulier - melding dode vogels.

Daarnaast is het aan te raden om de voedertafels, silo's en drinkbakjes goed schoon te maken en tijdelijk geen voer meer aan te bieden op de voerplaatsen om de overdracht van deze ziekte te voorkomen. Er is nog geen aanleiding om het vangen en ringen van vogels aan banden te leggen. Wel raden wij de ringers aan om extra attent te zijn op hun ringspullen, door de bewaarzakjes regelmatig schoon te maken.

 

(Foto: Jan van Dijk)