Zeist 29 juli 2011 - De afgelopen weken zijn vijftig boerenzwaluwen voorzien van een electronische chip op hun rug, een zogenaamde geolocator. Door deze geolocator is het mogelijk om de exacte trekroute en overwinteringsplaatsen van deze vogel vast te leggen. Met die informatie hoopt Vogelbescherming de boerenzwaluw, een soort die in aantal hard achteruit gaat, beter te kunnen beschermen.

De boerenzwaluw is één van onze bekendste trekvogels. Bekend is dat ze overwinteren ten zuiden van de Sahara, maar waar is niet duidelijk. Ringonderzoek heeft dat tot nu toe niet duidelijk kunnen maken. Van de half miljoen geringde Nederlandse boerenzwaluwen in 100 jaar tijd, zijn slechts 80 ringen uit Afrika terug gemeld. Dit is te weinig om de vogel goed te kunnen beschermen.

In het jaar van de boerenzwaluw heeft Vogelbescherming met behulp van een aantal ringers van het Vogeltrekstation vijftig boerenzwaluwen voorzien van een geolocator. Deze chip slaat twee keer per dag de exacte locatie op aan de hand van de gemeten lichtintensiteit. Omdat boerenzwaluwen altijd terug gaan naar dezelfde stal, kunnen de chips in het voorjaar van 2012 worden uitgelezen.

Door het geolocator onderzoek weten we dan eindelijk exact waar boerenzwaluwen op hun trektocht 'bijtanken' en verblijven. Met die informatie kan Vogelbescherming samen met de Afrikaanse Birdlifepartners in onder andere Tunesië, Marokko en Burkina Fasso werken aan de bescherming van deze 'pleisterplaatsen'. Die zijn niet alleen belangrijk voor boerenzwaluwen, maar ook voor andere trekvogels. Nu is het alleen nog een kwestie van wachten tot de de boerenzwaluwen volgend jaar terug komen, zodat zij ons kunnen vertellen waar ze geweest zijn.

Meer informatie: op de site van Bennie van den Brink.