Mentor worden in de vernieuwde opleiding

Het opleiden van aspirant-ringers tot zelfstandige ringers is één van de belangrijke taken waar we als Vogeltrekstation en ringers gezamenlijk voor staan. Immers, alleen door aspirant-ringers een volwaardige en uniforme opleiding te bieden waarin alle aspecten van het moderne ringwerk aan bod komen, kunnen we de kwaliteit van het ringwerk in Nederland waarborgen en zo mogelijk verhogen. Daarom is het nodig duidelijke richtlijnen en handvatten te bieden die u als mentor in staat stellen een volwaardige opleiding aan te bieden. Tegelijkertijd stellen we eisen aan uw vakbekwaamheid zodat we er zeker van zijn dat u de aspirant kunt opleiden op de manier die wij belangrijk vinden.

Binnen de opleiding staat een wetenschappelijke werkwijze voorop. Een ringmachtiging wordt verstrekt ten behoeve van wetenschappelijke doeleinden, en het is belangrijk dat mentor en aspirant van meet af aan een wetenschappelijke houding aannemen. Dat betekent dat u vooraf duidelijk formuleert met welk doel u vogels gaat ringen, dat u zich er altijd van bewust bent dat de gegevens die u verzamelt bij moeten kunnen dragen aan wetenschappelijk onderzoek. Het is belangrijk dat u ten aanzien van uw eigen werk en dat van de aspirant een kritische houding aanneemt.

Profielschets mentor

U bent een ervaren ringer met een goede staat van dienst, een brede ringervaring en goede communicatieve en didactische vaardigheden. Ervaren hoeft niet altijd te betekenen dat u al jaren een eigen ringmachtiging bezit, maar tenminste drie jaar is een vereiste. In die tijd en tijdens uw eigen opleiding heeft u zich intensief met het ringwerk beziggehouden binnen meerdere projecten. U heeft een goede soortenkennis en bent goed op de hoogte van de methoden die gebruikt worden voor de bepaling van leeftijd, geslacht, rui en biometrie en past deze routinematig toe tijdens uw ringwerk. U beschikt over de belangrijkste determinatiewerken voor ringers en gebruikt deze regelmatig tijdens uw ringwerk. U werkt bij voorkeur in een ringgroep en heeft regelmatig contact met collega-ringers. U bent altijd bereid uw kennis uit te breiden of te verdiepen.

Procedure opleiding

  1. In de meeste gevallen zal de aspirant iemand zijn die u kent en die al een paar keer mee heeft gelopen op uw ringplek. Probeer vóór de aanvraag een inschatting te maken over de ‘slagingskans’ van de opleiding. Is de aspirant gemotiveerd? Zal hij/zij genoeg tijd kunnen besteden aan de opleiding? Kunt u goed met de aspirant opschieten?
  2. De eerste stap in het opleidingstraject is het gezamenlijk invullen van het aanvraagformulier aspirant-ringer. Bereid dit samen met de aspirant goed voor en denk samen na over de inhoud van de opleiding en de toekomstige ringplannen van de aspirant. Wees hierbij kritisch.
  3. In overleg met de aspirant-ringer kiest u twee opleiders die voor aanvullende begeleiding zorgen op specifieke punten.
  4. Wanneer de aanvraag wordt goedgekeurd door de PWC start de opleiding. De aspirant-ringer ontvangt hiervoor een portfolio waarin alle leerdoelen staan omschreven. Neemt u de portfolio samen met de aspirant door en zorgt u dat alle relevante leerdoelen tijdens de opleiding aan bod komen. De portfolio is uw leidraad tijdens de opleiding. U houdt het aantal soorten en aantal behandelde vogels bij, en tekent alle behaalde leerdoelen af.
  5. Het is niet mogelijk meer dan twee aspiranten tegelijkertijd op te leiden.
  6. Als mentor bent u het aanspreekpunt voor het Vogeltrekstation en voor de andere opleiders betreffende de vorderingen van de aspirant-ringer.
  7. Tijdens de opleiding begeleidt u de aspirant-ringer één-op-één en leert hem/haar alle kneepjes van het vak in de praktijk. U neemt de aspirant-ringer minimaal twee jaar onder uw hoede.
  8. Na tenminste één jaar vraagt u bij Vogeltrekstation een tussentijdse evaluatie aan voor uw aspirant. U gaat daarna met de aandachtspunten die tijdens de evaluatie naar voren kwamen gericht aan het werk.
  9. Wanneer naar uw oordeel de aspirant over voldoende kennis ten aanzien van alle aspecten van het ringwerk beschikt vraagt u het theorie-examen aan.
  10. Binnen twee jaar na het behalen van het theorie-examen vraagt u een praktijk-examen aan voor uw aspirant. Na het behalen van het praktijkexamen helpt u de aspirant bij het vormgeven van zijn/ haar eigen ringactiviteiten.

 

10 gouden regels voor mentoren:

  1. Geef uw aspirant-ringer de ruimte om te leren. Alleen door zelf te doen kan de aspirant voldoende ervaring opdoen.
  2. Besteed voldoende tijd aan uw aspirant. Een paar ringsessies per jaar is onvoldoende, de aspirant moet tenminste twee keer per maand en liefst vaker samen met u ringen.
  3. Leg uit, laat zien; wees een mentor. Alleen aanwezig zijn bij het ringen is voor de aspirant niet voldoende, neem de tijd om samen een vogel goed te bekijken, oefen handelingen samen, controleer en corrigeer.
  4. Wijs de aspirant op literatuur, neem deze samen tijdens het ringen door. Pak te pas en te onpas de boeken erbij.
  5. Organiseer een aantal ‘theorie-bijeenkomsten’ bij u thuis. Besteed aandacht aan determinatie, rui.
  6. Vergeet de administratie niet! Organiseer één of meerdere GRIEL-sessies en laat de aspirant zelf een deel van de administratie doen. Alle aspiranten ontvangen bij aanvang een eigen GRIEL account.
  7. Benadruk tijdens de opleiding het belang van projectmatig werken en standaardisatie van het ringwerk. Overtuig de aspirant ervan dat de verzamelde gegevens gebruikt moeten kunnen worden voor wetenschappelijk onderzoek.
  8. Stuur uw aspirant regelmatig naar anderen, stimuleer samenwerking met andere ringers.
  9. Help uw aspirant met het vormgeven van de eigen ringplannen, zorg dat deze haalbaar en relevant zijn.
  10. Leer de aspirant zijn of haar bevindingen te delen. Stimuleer het schrijven van stukjes, blogs, jaarverslagen, artikelen.

 

Mentor worden: Mentorstatus

Om vanaf 1 maart 2018 als mentor te kunnen werken dient u aan de volgende criteria te voldoen:

  1. U bent tenminste 3 jaar in het bezit van een eigen ringmachtiging
  2. U heeft de mentor-workshop op de Jaarlijkse Ringersdag of Projectendag gevolgd
  3. U heeft tijdens uw laatste certificering op alle onderdelen tenminste “voldoende” gescoord en op tenminste 2 onderdelen “goed”.
  4. U heeft het GRIEL-examen met goed gevolg afgelegd
  5. U heeft het theorie-examen met goed gevolg afgelegd (deze regel wordt van kracht zodra het theorie-examen gereed is).

Om de mentor-status te kunnen behouden volgt u eens per vijf jaar een door het Vogeltrekstation georganiseerde terugkom- en evaluatiedag voor mentoren, opleiders en examinatoren.

Mentoren worden door hun aspirant-ringers na examinering middels een enquêteformulier beoordeeld. Het Vogeltrekstation controleert minimaal eens per vijf jaar aan de hand van het mentorprotocol en de ingevulde enquêteformulieren of mentoren nog wel aan alle eisen voldoen.