Svensson L. 1992. Indentification guide to European passerines. Vierde uitgebreide en herziene editie. Stockholm. 368 pp. ISBN 91-630-1118-2.

Arnoud B. van den Berg in Dutch Birding 1993, 15(2):77.

Al bij de eerste editie in 1970 was het duidelijk dat iedere ringer er goed aan deed Lars Svenssons Identification guide to European passerines te raadplegen bij het determineren en op leeftijd brengen van zangvogels Passeriformes. Helaas zijn veel ringers inferieure gidsen en handleidingen blijven gebruiken. Mede hierdoor worden dwaalgasten vaak niet herkend of verkeerd gedetermineerd. Vermoedelijk laten veel potentiele gebruikers van het boek zich afschrikken door de engelse taal en de sterk gecodeerde tekst. Het ziet er echter niet naar uit dat ooit een Nederlandse vertaling zal worden gepubliceerd en men zal dus zijn kennis van het Engels en (vooral) van vogeltopografie bij moeten spijkeren. Uit de opeenvolgende edities is gebleken dat de auteur blijvende kwaliteit nastreeft want de inhoud van het boek werd steeds bijgewerkt en verbeterd. Dat geldt met name voor de vierde editie en daarom is het ook als men de derde, blauwe, editie uit 1984 reeds bezit aan te bevelen om tot de aanschaf over te gaan. Met deze vierde, groene, editie is tevens het formaat vergroot waarbij het boek toch zeer handzaam is gebleven. Bijna alle teksten zijn opnieuw geschreven en er zijn ca. 100 pentekeningen toegevoegd aan de ca. 200 die er al waren. Bovendien worden in deze editie 22 extra soorten en nog meer ondersoorten voor het eerst behandeld. De auteur volgt daarbij met drie uitzonderingen de taxonomie van Voous' List of recent Holarctic bird species (Ibis 119: 223-250, 376-406, 1977). Humes Bladkoning (Phylloscopus humei) wordt samen met de ondersoort P.H. mandelii van Bladkoning P. inornatus 'gesplit', Groene Fitis P. nitidis en Swinhoes Boszanger P. plumbeitarsus worden als ondersoorten van Grauwe Fitis P. trochiloides beschouwd; en Bergtjiftjaf P. sindianus als conspecifiek met Tjiftjaf P. collybita. Lars Svenssons 'ringersbijbel' zou met ingang van deze nieuwe uitgebreide editie definitief omgedoopt moeten worden tot 'vogelbijbel' voor iedere vogelaar die Europese zangvogels bestudeert. Dankzij het hedendaagse gebruik van telescopen en fotoapparatuur kan immer een groot aantal 'handkenmerken' ook worden waargenomen aan vogels die zich vrij in het veld bewegen. Voor veel vogelaars was daarom ook de vorige editie al onmisbaar. Het is jammer dat Amerikaanse dwaalgasten in Europa niet in het boek worden behandeld. Welke ringer zal voor die enkele keer dat er ooit een Amerikaanse soort in de netten hangt de Iditification guide to North American passerines door Pyle et al (1987) bij zich hebben?