Speek B.J. 1994. Handkenmerken voor het bepalen van soort, geslacht en leeftijd van in het wild levende vogels. Heteren. 260 pp. ISBN -.

       Frank E. de Roder in Limosa 1995, 68(1):39:
Nederland kent slechts een vrij kleine groep vogelringers. De meeste ringers zullen zich, net als ik, de eerste rondleiding door het Vogeltrekstation in Heteren herinneren. Er werden wijze en strenge woorden tot de nieuwe ringer gericht. Het ringen van vogels is tenslotte een serieuze zaak. Bij het vertrek kreeg men een ringersnummer toegewezen en kon men ringen of een ringtang kopen. Voor het juist determineren van vogels in de hand kreeg de aspirant ringer een prachtig groen kaft met daarin een soort losbladig systeem waarmee men vogels op soort, geslacht en leeftijd kon brengen, een uitgave uit 1968. In 1991 toen ik mijn ringvergunning mocht ophalen, werd er al bij verteld dat men niet al te veel aan deze handleiding moest vasthouden. Er waren immmers uitstekende buitenlandse werken voor het determineren van vogels in de hand (Svensson, Williamson, Baker & Prater). Bovendien was er een nieuwe "Handkenmerken" in voorbereiding. Deze zomer verscheen de lang verwachte "Handkenmerken". Medewerkers van het I.O.O. (vogelringers) kregen een gratis exemplaar toegestuurd. Het is een 260 pagina's tellende gids voor het bepalen van soort, geslacht en leeftijd van in het wild levende vogels. De term "in het wild levende vogels" is misschien wat ruim opgevat. De gids behandelt vooral zangvogels, terwijl roofvogels en steltlopers oppervlakkig worden afgehandeld. Daarbij komt men soms niet verder dan de soortnaam. De kracht van de gids zit in de korte determinatiesleutels om zangvogels op geslacht en leeftijd te brengen. Veel praktische veldkennis van ringers is op overzichtelijk manier gebundeld. Maar in die korte determinatiesleutels schuilt ook het gevaar. Veel soorten laten zich niet in simpele determinatiesleutels van 6-10 stappen op leeftijd en geslacht brengen. In de inleiding wordt daar ook voor gewaarschuwd: gebruik naast "Handkenmerken" ook andere determinatiegidsen! Een directe verwijzing naar relevante buitenlandse literatuur was, aan het eind van elke soortbespreking, dan ook op zijn plaats geweest. Verreweg de belangrijkste zijn daarbij Identification guide for European passerines van Svensson (1992) en Identification guide to European Non-Passerines van Baker (1993). Het op geslacht brengen van soorten waar het mannetje en vrouwtje erg op elkaar lijken, wordt in de meeste gevallen opgelost door te verwijzen naar de "zwaar geschapen cloaca" van de eerste. Deze kreet kon op menig ringstation wel eens een eigen leven gaan leiden. "Handkenmerken" is een uiterst praktische gids, maar maakt de uitgebreide buitenlandse literatuur beslist niet overbodig.