Jenni L. & R. Winkler 1999. Bepaling van leeftijd en geslacht van een aantal Europese zangvogels. Oorspronkelijke titel: Merkblätter zur Alters- und Geschlechtsbestimmung der Singvögel. Heteren. 187 pp. ISBN 90-74638-09-0.

    André J. van Loon in Dutch Birding 2000, 22(1):28-29.
Dit boekje met handkenmerken van 79 Europese zangvogelsoorten is een vertaling van de tussen 1984 en 1990 door de Zwitserse ringcentrale uitgegeven losbladige serie handkenmerken onder de titel Merkblätter zur Alters- und Geschlechtsbestimmung der Singvögel. Het is bedoeld als aanvulling op andere determinatiewerken die de Nederlandse ringers ter beschikking staan, zoals Identification guide to European passerines van Lars Svensson (1992; engels), Handkenmerken voor het bepalen van soort, geslact en leeftijd van in het wild levende vogels van B.J. Speek (1994; Nederlands) en Moult and ageing of European passerines van Lukas Jenni & Rafael Winkler (1994; Engels); dit laatste boek is feitelijk een zeer uitgebreid met foto's geïllustreerde versie van het onderhavige boekje. Terecht wordt in de titel al vermeld dat het om een 'aantal' soorten gaat. De oorspronkelijke 'Merkblätter' pretendeerde al niet compleet te zijn (zo ontbreekt bijvoorbeeld Alpenheggemus Prunella collaris merkwaardig genoeg zelfs in het origineel!) en in de vertaling is het behandelde, zeer beperkte, soortenspectrum gewoon overgenomen. De Nederlandse ringers zullen vergeefs naar een groot aantal soorten zoeken, en Svensson (1992; 229 soorten behandeld) en Speek (1994; 176 soorten) kunnen daarom beslist niet worden opgeborgen! De belangrijkste pijler waarop de leeftijdsbepaling voor veel zangvogelsoorten berust is het verschil in ruistrategie tussen jonge en oude vogels. Omdat de meeste jonge zangvogels in de late zomer en najaar slechts een gedeeltelijke rui doormaken van het juveniele kleed (jeugdkleed) naar het eerste winterkleed, ontstaan zogenaamde ruigrenzen: een zichtbaar verschil (kleur, lengte, sleet) tussen geruide en ongeruide veren; met name in de grote vleugeldekveren treedt zo'n ruigrens vaak op en is, afhankelijk van de soort, meer of minder gemakkelijk vast te stellen. Bij een volwassen vogel bestaat een dergelijke ruigrens niet. Jenni & Winkler maken zo consequent mogelijk gebruik van dit kenmerk, aangevuld met andere zoals verschillen in slijtage en mate van schedelverbening. Dergelijke kenmerken worden natuurlijk ook door Svensson (1992) en Speek (1994) gebruikt. Het belang van deze vertaling bestaat er daarom vooral uit dat de kenmerken nu ook in een Nederlandse determinatiegids uitgebreid worden besproken é geïllustreerd. Dat mag misschien merkwaardig klinken, maar het is een feit dat daaraan onder vele Nederlandse ringers grote behoefte bestond. Er zijn een aantal dingen die mijns inziens minger geslaagd zijn. Voor tertials en grote dekveren worden helaas de termen 'elleboogpennen' respectievelijk 'armpendekveren' gebruikt; en voor postjuveniele rui de term 'jeugdkleedrui'. Hiervoor is onder meer gekozen om niet af te wijken van Speek (1994); maar het was verstandiger geweest bij de inmiddels meer algemeen gebruikte terminologie. Op zijn minst hadden in de inleidende paragrafen de termen tertials, grote dekveren en postjuveniele rui (en de Engelse equivalenten van de laatste twee termen, 'greater coverts' en 'postjuvenile moult') als alternatief moeten worden genoemd, omdat dan veel beter was aangesloten bij de terminologie die gebruikt wordt in de boeken van Svensson (1992) en (nota bene!) Jenni & Winkler (1994) en in de gewoonlijk Engelse determinatieliteratuur in de moderne vogeltijdschriften. Er wordt spaarzaam gebruik gemaakt van verwijzingen. Voor de meeste wordt in de tekst een volledige verwijzing gegeven, maar het opnemen daarvan in een literatuurlijstje aan het eind van het boekje zou veel handiger zijn geweest. Tevens zal men tevergeefs zoeken naar een volledige bronvermelding van Svensson (1992) waarnaar in de tekst wel een paar keer wordt verwezen (merkwaardig genoeg steeds naar de vorige editie, uit 1984; dat had bij de vertaling toch wel aangepast kunnen worden?!). Bij de soorten met een gedeeltelijke postjuveniele rui wordt door middel van percentages aangegeven hoe uitgebreid die rui per verengroep is. Hoewel ze een indruk geven van de mate van rui, hebben deze percentages natuurlijk alleen betrekking op de Zwitserse situatie en de mate van rui van in Nederland gevangen vogels zou in veel gevallen wel eens heel anders kunnen zijn. Een opmerking hierover in de inleiding zou op zijn plaats geweest zijn. Niettemin zal het boekje zijn nut waarschijnlijk wel gaan bewijzen. En indien samen gebruikt met het monumentale Jenni & Winkler (1994) is de Nederlandse ringer nu beter dan ooit toegerust om aan de hand van ruigrenzen ook van allerlei lastige soorten de leeftijd te kunnen bepalen. Hoewel het boekje in eerste instantie is bedoeld voor de Nederlandse ringers, is het voor belangstellende verkrijgbaar door het overmaken van Euro 15,= op postbankrekening 1027861 tnv Vogeltrekstation, Heteren, ovv 'bepaling leeftijd & geslacht'.