Jenni L. & R. Winkler 1994. Moult and ageing of European passerines. London. Academic Press. 225 pp. ISBN 0-12-384150-X.

 

Ruurd Noordhuis in Limosa 1994, 67(4):180.
De twee Zwitserse ringers Jenni en Winkler zijn er met dit boek in geslaagd hun passie op fraaie wijze vorm te geven. Moult and ageing of European passerines is gebaseerd op ruigegevens van 140.000 zangvogels die gedurende ongeveer 15 jaar in ringstations in Zwitserland en omgeving zijn gevangen. Het boek is gericht op alle lezers met een interesse voor rui en leeftijdsbepaling van zangvogels, maar is wellicht vooral voor ringers van betekenis. Het eerste deel (47 p.) behandelt de terminologie en de functionele aspecten van de rui. De strategie van de beschreven soorten is ingedeeld in zes groepen, vooral naar gelang de verdeling van het ruiproces over broed- en overwinteringsgebieden. Heel aardig is de illustratie van Afrika waarin per blok van 5x5 gr. is aangegeven welk percentage van de overwinterende Europese soorten aldaar een volledige rui doormaakt. Naarmate de trekafstand groter wordt, stijgt dit percentage. Er wordt extra aandacht besteed aan gedeeltelijke rui, die vooral voorkomt bij eerstejaars vogels (postjuveniele rui). Dit resulteert in een bepaald patroon van oude en vernieuwde veren dat bij de leeftijdsbepaling van nut kan zijn. In oude literatuur is dit aspect nogal eens onderbelicht geweest. In het tweede deel worden de ruipatronen van 58 zangvogelsoorten besproken aan de hand van literatuurinformatie in combinatie met gegevens die door de auteurs gedurende 15 jaar zijn verzameld. De beschrijvingen worden per soort verduidelijkt met behulp van -soms meer dan 10- foto's van vleugels, waarvoor meestal levende vogels als model zijn gebruikt. Overzichtelijke diagrammen geven bij de meeste soorten aan welke veren in de gedeeltelijke postjuveniele rui kunnen zijn vervangen. In paragraafjes getiteld Best criteria worden andere voor leeftijdsbepaling bruikbare kenmerken genoemd, zoals iriskleur, snavelkenmerken en schedelverbening. Het laatst genoemde aspect wordt tenslotte in een appendix behandeld, inclusief diagrammen van het verloop van het proces. Moult and ageing of European passerines beoogt niet de in omloop zijnde gidsen als die van Svensson te vervangen. Omdat het hier maar om een beperkt aantal soorten gaat, is daarvan ook geen sprake en bovendien is het boekje gezien zijn formaat (c. 24x32) minder geschikt voor gebruik in het veld. Ook is het, gezien het feit dat de gepresenteerde gegevens in Midden-Europa verzameld zijn, zaak om rekening te houden met geografische verschillen in de ruipatronen. In ons land is de beschikbare tijd in het algemeen wat korter, in verband waarmee de postjuveniele rui wat eerder kan aanvangen en zich over minder veren kan uitstrekken. Niettemin is dit boek een aanwinst voor de boekenkast en een waardevolle aanvulling voor ringers die hun bedrevenheid in het identificeren van hun vogels willen vergroten.